ECLI:NL:PHR:2024:1164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding ondanks correcte betekening oproeping
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door een verdachte tegen een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep door het Gerechtshof Den Haag. De verdachte stelde dat hij de oproeping voor de zitting niet had ontvangen, maar uit de akte van uitreiking en een COVID-19 gerelateerde aanvulling bleek dat de oproeping persoonlijk aan hem was betekend.
Volgens artikel 432 lid 1 Sv Pro moet een cassatieberoep binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof worden ingesteld indien de oproeping persoonlijk is betekend. In deze zaak was de oproeping op 7 mei 2022 aan de verdachte uitgereikt, maar het cassatieberoep werd pas op 28 juli 2022 ingediend, ruim na de termijn.
De conclusie van de plv. AG bij de Hoge Raad is dat de enkele stelling van de verdachte dat hij de oproeping niet heeft ontvangen, niet afdoet aan de geldigheid van de betekening. Daarom dient het cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening ondanks correcte betekening van de oproeping aan de verdachte.