Conclusie
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Het eerste middel
[AEH: foto]
30. Het lijkt weer koek en ei. In ieder geval geen ongewenst eenrichtingsverkeer.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens belaging, met oplegging van een voorwaardelijke taakstraf en gedeeltelijke toewijzing van een immateriële schadevergoeding aan de benadeelde partij. De bewezenverklaring omvatte stelselmatige, wederrechtelijke inbreuken op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde, waaronder het stalken bij diens woning, het bellen, het zich voordoen als echtgenoot op Instagram en het volgen in een supermarkt.
De verdediging voerde aan dat de relatie tussen partijen complex en ambivalent was, waardoor de wederrechtelijkheid en stelselmatigheid onvoldoende waren bewezen. Het hof oordeelde echter dat het totaalbeeld van gedragingen voldoende was voor een veroordeling en toewijzing van immateriële schadevergoeding.
De advocaat-generaal stelde in cassatie dat het hof zijn oordeel over de immateriële schadevergoeding onvoldoende had gemotiveerd, omdat niet duidelijk was op welke grondslag uit art. 6:106 BW Pro de toewijzing was gebaseerd. De Hoge Raad volgt dit en vernietigt het arrest voor dat onderdeel, wijzend op de noodzaak van een duidelijke motivering.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling van de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel, met verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de immateriële schadevergoeding en schadevergoedingsmaatregel.