ECLI:NL:PHR:2024:123

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
22/02247
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 117 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onherroepelijke teruggave beslag snorfiets

Klaagster had bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een klaagschrift ingediend tegen het beslag op een snorfiets, die was gelegd onder haar zoon op verdenking van rijden zonder geldig rijbewijs. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond. Klaagster stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze beslissing.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad onderzocht echter de ontvankelijkheid van dit cassatieberoep. Uit informatie van het openbaar ministerie bleek dat de strafrechter inmiddels op 24 november 2022 een vonnis had gewezen waarin de teruggave van de snorfiets aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon was gelast. Dit vonnis was op 9 december 2022 onherroepelijk geworden.

Door deze onherroepelijke beslissing is het belang van klaagster bij het cassatieberoep komen te vervallen, omdat het beslag al is opgeheven en de snorfiets is teruggegeven. Daarom werd geconcludeerd dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in het cassatieberoep.

Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens onherroepelijke teruggave van het beslag op de snorfiets.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/02247 B
Zitting6 februari 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de klaagster

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, heeft bij beschikking van 13 juni 2023 [1] het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag op een snorfiets en teruggave daarvan aan klaagster, ongegrond verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
1.3
Voordat ik toekom aan de bespreking van het middel, besteed ik aandacht aan de vraag of klaagster in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.

2.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
Op 23 maart 2022 is een snorfiets (BRC Riva met kenteken [kenteken]) in beslag genomen op grond van art. 94 Sv Pro. De snorfiets is in beslag genomen onder [betrokkene 1] (de zoon van klaagster), op verdenking van het rijden op de snorfiets zonder geldig rijbewijs.
2.2
Op 24 maart 2022 heeft klaagster een klaagschrift ingediend, waarin zij verzoekt om opheffing van het beslag en teruggave van de snorfiets aan haar.
2.3
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 13 juni 2022. Bij beschikking van 13 juni 2022 [2] heeft de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaard.
2.4
Uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij het openbaar ministerie is gebleken dat de strafrechter in de zaak waarin het beslag is gelegd inmiddels op 24 november 2022 vonnis heeft gewezen. In dit vonnis is beslist op het beslag en is teruggave gelast van de snorfiets aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon. [3] Het vonnis is op 9 december 2022 onherroepelijk geworden.
2.5
Deze beslissing omtrent het beslag brengt met zich dat klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarin haar beklag ongegrond is verklaard en dat zij daarom in het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door de beslissing omtrent het beslag in de strafzaak kan op het bestaande klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen. [4]

3.Conclusie

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie ten aanzien van de datum van de beslissing hierna in noot 2.
2.In de beschikking wordt 27 juni 2022 als datum vermeld. Gelet op de mededeling van de rechter tijdens de behandeling in raadkamer dat hij niet direct uitspraak kan doen maar dat in de loop van de middag contact met de advocaat van klaagster zal worden opgenomen om de beslissing van de rechtbank mede te delen en dat deze daarna zo spoedig mogelijk op schrift zal worden gesteld, tezamen met de omstandigheid dat blijkens de cassatieakte op 16 juni 2022 cassatie is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank van 13 juni 2022, beschouw ik de vermelding van de datum 27 juni 2022 in de beschikking als een kennelijke verschrijving en houd ik het ervoor dat de beslissing door de rechtbank is genomen en uitgesproken op 13 juni 2022.
3.Vonnis kantonrechter rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 24 november 2022, parketnummer 96-078085-22. Uit bij het openbaar ministerie ingewonnen inlichtingen blijkt dat de snorfiets op 15 september 2022 op grond van 117 Sv is vervreemd tegen baten en dat in januari 2022 de procedure tot schadeloosstelling jegens klaagster is gestart.
4.Zie onder meer HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2800.