Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
31 oktober 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Klager had een klaagschrift ingediend bij de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van €17.100. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift ongegrond. Klager stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Echter, in de strafzaak tegen klager heeft de rechtbank op 19 juli 2017 een vonnis gewezen waarin de teruggave van het geldbedrag aan klager is gelast. Hierdoor is het belang van klager bij het cassatieberoep tegen de beschikking in de beklagprocedure komen te vervallen.
De Hoge Raad oordeelt dat de bestreden beschikking een voorlopige beslissing was in afwachting van het oordeel van de strafrechter. Nu de strafrechter inmiddels een definitieve beslissing heeft genomen, kan op het klaagschrift geen andere beslissing meer volgen. Daarom verklaart de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van belang door teruggave van het geldbedrag in de strafzaak.