Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:2800

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 oktober 2017
Publicatiedatum
31 oktober 2017
Zaaknummer
16/04427
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens teruggave inbeslaggenomen geldbedrag in strafzaak

Klager had een klaagschrift ingediend bij de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van €17.100. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift ongegrond. Klager stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Echter, in de strafzaak tegen klager heeft de rechtbank op 19 juli 2017 een vonnis gewezen waarin de teruggave van het geldbedrag aan klager is gelast. Hierdoor is het belang van klager bij het cassatieberoep tegen de beschikking in de beklagprocedure komen te vervallen.

De Hoge Raad oordeelt dat de bestreden beschikking een voorlopige beslissing was in afwachting van het oordeel van de strafrechter. Nu de strafrechter inmiddels een definitieve beslissing heeft genomen, kan op het klaagschrift geen andere beslissing meer volgen. Daarom verklaart de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het ontbreken van belang door teruggave van het geldbedrag in de strafzaak.

Uitspraak

31 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/04427 B
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 juni 2016, nummer RK 16/768, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat de klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1.
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 juni 2016 waarbij een klaagschrift van de klager voor zover strekkende tot teruggave van een geldbedrag van € 17.100,- ongegrond is verklaard.
3.2.
Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een vonnis van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 19 juli 2017 in de strafzaak tegen de klager. Dit vonnis houdt, voor zover hier van belang, in:
"Teruggave inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten: EUR 17.100,00 (zeventienduizend éénhonderd euro)."
3.3.
Deze beslissing omtrent het beslag in de strafzaak betekent dat de klager, die teruggave heeft verzocht van het inbeslaggenomen geldbedrag ten aanzien waarvan inmiddels bij voormeld vonnis is beslist, geen belang meer heeft bij het beroep tegen voormelde beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. De klager dient daarom in het cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 oktober 2017.