ECLI:NL:PHR:2024:1251
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-naleving dagvaardingstermijn in hoger beroep
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat hij niet was verschenen en geen grieven had ingediend. De dagvaarding was op 24 januari 2024 rechtsgeldig betekend, maar de termijn van tien dagen tussen betekening en terechtzitting van 30 januari 2024 was niet in acht genomen. De raadsvrouw van de verdachte was niet uitdrukkelijk gemachtigd tot verdediging.
De conclusie van de plv. AG bij de Hoge Raad stelt dat het hof het onderzoek ter terechtzitting had moeten schorsen op grond van artikel 265 lid 3 jo Pro. 413 lid 1 Sv. De dagvaarding was niet rechtsgeldig betekend op het kantooradres van de raadsvrouw, maar aan het Openbaar Ministerie met afschrift aan het laatst bekende adres van de verdachte.
De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting. Tevens wordt ingegaan op de bijzondere situatie dat de verdachte sinds november 2023 niet meer in Nederland staat ingeschreven en geen bekende verblijfplaats heeft, wat gevolgen heeft voor de betekening van de dagvaarding.
De conclusie benadrukt dat zonder uitdrukkelijke machtiging van de raadsvrouw de rechter het onderzoek niet mag voortzetten zonder schorsing, tenzij de verdachte of zijn gemachtigde aanwezig is of toestemming geeft tot verkorting van de termijn.
Uitkomst: De zaak wordt vernietigd en terugverwezen omdat het gerechtshof de dagvaardingstermijn niet in acht heeft genomen.