Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:67

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
10 januari 2025
Zaaknummer
24/00346
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 413 SvArt. 265 SvArt. 416 lid 2 SvArt. 36e lid 2 SvArt. 245 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending dagvaardingstermijn in hoger beroep ontuchtzaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een strafzaak over ontucht met een minderjarige. De verdachte werd veroordeeld door het hof, maar in hoger beroep was de dagvaarding niet tijdig betekend volgens artikel 413 lid 1 Sv Pro.

De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 30 januari 2024 werd pas op 24 januari 2024 uitgereikt, waardoor de verplichte termijn van tien dagen niet werd gerespecteerd. Er was geen bewijs dat de termijn eerder was verkort met toestemming van de verdachte of dat de dagvaarding eerder was betekend. De verdachte verscheen niet op de zitting.

Het hof vervolgde de zitting en verleende verstek tegen de verdachte, terwijl het onderzoek had moeten worden geschorst op grond van artikel 413 jo Pro. 265 lid 3 Sv. De Hoge Raad oordeelt dat dit een schending van het recht op aanwezigheid is en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting wegens niet-naleving dagvaardingstermijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00346
Datum14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 januari 2024, nummer 22-002315-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
2.2
Aan de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 30 januari 2024 is een akte van uitreiking gehecht. Volgens deze akte is die dagvaarding op 24 januari 2024 uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in artikel 36e lid 2, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De termijn van tien dagen die in artikel 413 lid Pro 1, eerste volzin, Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen.
2.3
De stukken houden niets in waaruit kan volgen dat op een eerder moment sprake was van een rechtsgeldige betekening van die dagvaarding of dat de verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte. Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting is de verdachte daar niet verschenen. Daarom had het hof het onderzoek op de terechtzitting op grond van artikel 413 in Pro samenhang met artikel 265 lid 3 Sv Pro moeten schorsen. Het hof heeft het onderzoek op de terechtzitting echter voortgezet nadat tegen de niet-verschenen verdachte verstek was verleend.
2.4
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 januari 2025.