Conclusie
Nummer22/02705 P
Inleiding
De strafzaak
vieriMacs. [3] Uit het onderliggende dossier volgt dat de betrokkene twee telefoons en
tweeiMacs heeft
verkochtaan [F] te Amsterdam. [4] De twee telefoons zijn daarbij verkocht voor een bedrag van € 250,00 per stuk en de twee iMacs zijn verkocht voor € 1.600,00 per stuk. Als gevolg daarvan is zowel in de ontnemingsrapportage als door het hof uitgegaan van een totale geschatte opbrengst met betrekking tot [E] van € 6.900,00 (nl. 2 x € 250 +
4x € 1.600). Door het hof is in dat kader het volgende overwogen (met weglating van voetnoten):
Het middel en de toelichting daarop
Het beoordelingskader
schatten. Artikel 359 leden Pro 2 en 3 Sv, die ook op ontnemingsuitspraken van toepassing zijn, brengen in dit verband motiveringsverplichtingen mee en maken daarmee duidelijk dat de bedoelde schatting een
beredeneerdeschatting betreft. Artikel 6 EVRM Pro staat er daarbij niet aan in de weg dat de rechter gebruikmaakt van bewijsrechtelijke vermoedens
(“presumptions of fact or of law”). [7] Verder wijs ik erop dat geen rechtsregel – en met name niet artikel 6 EVRM Pro – zich ertegen verzet dat in zaken waarin de grondslag van de voordeelsontneming in rechte is komen vast te staan, de last van het leveren van bewijs omtrent de omvang van het voordeel tussen het OM en de betrokkene op redelijke en billijke wijze wordt verdeeld. [8]
De bespreking van het middel
die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van[DA: het in lid 1 bedoelde feit: het feit waarvoor de betrokkene is veroordeeld]
of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan”.
door middel van of uit de baten van” de bewezen verklaarde flessentrekkerij (en andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan). Deze bewezen verklaarde flessentrekkerij heeft betrekking op het
kopenvan
“computerapparatuur en een mobiele telefoon ter waarde van ongeveer € 11.265,00 van het bedrijf [E]”.
door middel van of uit de baten van” de bewezen verklaarde flessentrekkerij (en de andere strafbare feiten) is gebaseerd op de
verkoopvan de(ze) goederen die afkomstig zijn van [E] ( [E] ). Voor wat betreft dat voordeel heeft het hof twee telefoons en vier iMacs in aanmerking genomen, terwijl uit dossierstukken enkel kan worden afgeleid dat – voor wat betreft de iMacs – twee iMacs zijn verkocht. Met betrekking tot deze overige twee iMacs heeft het hof in reactie op het daarop betrekking hebbende verweer overwogen dat de stelling van de betrokkene dat deze twee iMacs niet zijn doorverkocht op geen enkele wijze is onderbouwd, dat deze iMacs niet zijn aangetroffen bij de doorzoekingen en dat alle goederen in de onderliggende strafzaak door de betrokkene werden gekocht met het doel deze te verkopen. Gelet daarop gaat het hof er net als in de ontnemingsrapportage van uit dat ook deze twee iMacs zijn verkocht (voor eenzelfde verkoopprijs).