Conclusie
Nummer22/03419
Het middel
Vonnis waarvan beroep
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het hof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 14 september 2022 veroordeeld wegens meervoudige diefstal, waarbij het vonnis van de politierechter van 5 augustus 2021 is bevestigd met aanvulling en verbetering van de gronden. De verdachte was veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en meerdere vorderingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen werden toegewezen.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de proeftijden van de voorwaardelijke straffen niet verlengd konden worden. Het hof oordeelde dat alle proeftijden ten tijde van het arrest waren verstreken, waardoor verlenging niet mogelijk was. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
De conclusie van de advocaat-generaal benadrukte dat de verdachte zijn verantwoordelijkheid moet dragen voor de ernstige feiten en dat de bewezenverklaring en schadevergoedingsmaatregel niet werden betwist. De klacht over het niet verlengen van de proeftijd faalt, mede omdat de justitiële documentatie aantoont dat de proeftijden verstreken zijn en dat periodes van vrijheidsbeneming in de proeftijd zijn verdisconteerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof begrijpelijk en toereikend gemotiveerd is en wijst het cassatieberoep af. Er is geen aanleiding tot vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling en wijst verzoek tot verlenging van de proeftijd af omdat deze reeds is verstreken.