Conclusie
Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd aanvankelijk door de politierechter vrijgesproken van zes diefstallen gepleegd in oktober en november 2018 in Roermond. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde anders en veroordeelde hem tot 150 dagen gevangenisstraf, waarvan 122 voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. De bewezenverklaring steunt op camerabeelden van de diefstallen, aangiftes en verklaringen van opsporingsambtenaren die de verdachte op deze beelden herkenden.
De herkenning door de verbalisanten werd door het hof als betrouwbaar beoordeeld, mede vanwege hun eerdere contacten met de verdachte, de kwaliteit van de bewegende beelden en de consistente modus operandi. De verdediging voerde aan dat de herkenning onbetrouwbaar was, maar dit werd verworpen. De verdachte werd op verschillende momenten herkend aan kenmerken zoals baard, haarkleur, postuur en kleding.
De Procureur-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep en merkte ambtshalve op dat de redelijke termijn voor de uitspraak is overschreden, maar dat dit geen gevolgen heeft voor de straf omdat het onvoorwaardelijke deel minder dan een maand bedraagt. De Hoge Raad kan volstaan met deze constatering.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 150 dagen gevangenisstraf, waarvan 122 voorwaardelijk, voor zes diefstallen.