Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 52.000,-’
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel centraal bij een veroordeling wegens feitelijk leiding geven aan witwassen door een rechtspersoon. Het hof had vastgesteld dat de verdachte zichzelf in een periode van 26 maanden in totaal €52.000,- aan cash loon had uitbetaald, wat als wederrechtelijk verkregen voordeel werd aangemerkt. Dit bedrag was terug te leiden op het startkapitaal van €190.000,- dat afkomstig was uit witwaspraktijken.
De verdediging voerde aan dat het hof onjuiste rechtsopvattingen hanteerde en onvoldoende had gemotiveerd dat deze loonbetalingen daadwerkelijk uit criminele herkomst voortkwamen. De Procureur-Generaal stelt echter dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het loon uit ofwel het startkapitaal of het vervolgprofijt afkomstig was en dat dit voordeel als wederrechtelijk verkregen moet worden aangemerkt.
De conclusie benadrukt dat het enkele feit dat een bedrag onderdeel is van het bewezenverklaarde witwasvoorwerp niet automatisch betekent dat het bedrag ook als wederrechtelijk verkregen voordeel geldt, maar dat het hof aannemelijk heeft gemaakt dat het loon als beloning of vervolgprofijt uit het strafbare feit is verkregen. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen. Tevens wordt vermeld dat de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase niet tot vermindering van de betalingsverplichting leidt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het wederrechtelijk verkregen voordeel van €52.000,- wordt bevestigd.