Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Voordeelsontneming en witwassen
3.Beoordeling van het cassatiemiddel
4.Beslissing
6 juli 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin een betrokkene was veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €216.904,28 wegens witwassen.
Het hof had geoordeeld dat het bedrag van €216.904,28 niet alleen voorwerp was van het bewezenverklaarde witwassen, maar dat de betrokkene daadwerkelijk voordeel had genoten doordat hij betalingen had gedaan met het geld. De Hoge Raad stelt echter dat het enkel besteden van het geld niet zonder meer betekent dat het vermogen van de betrokkene is toegenomen en dat er dus daadwerkelijk voordeel is behaald.
De Hoge Raad benadrukt dat het voordeel dat ontnomen kan worden, het daadwerkelijke voordeel moet betreffen en dat het enkel verrichten van witwashandelingen niet automatisch leidt tot vermogensvermeerdering. Omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de betrokkene daadwerkelijk voordeel heeft genoten ter hoogte van het genoemde bedrag, vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.