Conclusie
1.Overzicht van de zaak en van de conclusie
box 3-zaakwaarin enige van de (rechts)vragen aan de orde zijn die opkomen naar aanleiding van het kerstarrest en het rechtsherstel waarin eerst het Besluit rechtsherstel box 3 (Herstelbesluit) en vervolgens de Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) voorziet.
gemeenschappelijke bijlage(de Bijlage), waarin ik inga op diverse van die (rechts)vragen.
geenrekening gehouden met (i) de door belanghebbende opgevoerde kosten in verband met zijn appartement in Frankrijk, en (ii) de door de Inspecteur gestelde waardestijging van een woning in Den Haag. Verder heeft het bij de berekening van de heffing
geenrekening gehouden met (iii) (een deel van) het heffingvrije vermogen.
Staatssecretarisheeft
beroep in cassatieingesteld en daarbij één middel voorgesteld. Ik ontwaar in de toelichting op dat middel naast een klacht over het afwijken van de Herstelwet, ook een klacht betreffende het oordeel over post (ii).
Belanghebbendeheeft
incidenteel beroep in cassatieingesteld. Dat beroep heeft betrekking op de oordelen over post (i) en post (iii).
vijf zaaksoverstijgende vragen. De
eerste vraagis of de Herstelwet terecht niet voorziet in vermindering van het voordeel uit sparen en beleggen, ook als dit voordeel hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. De
tweede vraagbetreft de vraag naar de wijze van toetsing in cassatie van een oordeel van het Hof over de omvang van het werkelijk behaalde rendement. De
derde vraagis of een ongerealiseerde waardestijging meetelt bij het bepalen van het werkelijk behaalde rendement. De
vierde vraagis of bij het bepalen van dat rendement ook rekening moet worden gehouden met kosten en, zo ja, of dat beperkt is tot kosten ter werving, inning en behoud van inkomsten. De
vijfde vraagis of bij (de heffing over) het werkelijk behaalde rendement ook rekening moet worden gehouden met het heffingvrije vermogen.
beoordeling– mede aan de hand van de bevindingen in de Bijlage – houdt op hoofdlijnen het volgende in:
cassatieberoep van de Staatssecretarisals het
incidentele cassatieberoep van belanghebbendeis naar mijn mening
gegrond.
2.De feiten en het oordeel van het Hof
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Beoordeling principaal en incidenteel cassatieberoep
indienin dit geval – zoals het Hof impliciet heeft geoordeeld (4.2) – het voordeel uit sparen en beleggen hoger is dan het werkelijk behaalde rendement, toepassing van het forfaitaire stelsel (nog steeds) leidt tot een EVRM-schending. In dat geval was het Hof gehouden een op rechtsherstel gerichte compensatie vast te stellen, zoals het ook heeft gedaan.
ofhet (impliciete) oordeel van het Hof juist is, althans in cassatie stand houdt, dat in dit geval het voordeel uit sparen en beleggen hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. Aangezien het voordeel uit sparen en beleggen – naar niet in geschil is – € 51.003 bedraagt, draait het om het oordeel van het Hof dat het werkelijk behaalde rendement € 11.709 bedraagt.