Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
NJ2023/43 m.nt. Vellinga is het middel tevergeefs voorgesteld.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch de verdachte veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van hennephandel, met een gevangenisstraf van drie jaar. Het cassatieberoep richtte zich op een vermeend formeel verzuim bij de beëdiging van raadsheren, maar dit middel faalde op grond van recente jurisprudentie.
De Procureur-Generaal constateerde dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat een vermindering van de straf tot gevolg heeft. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de strafoplegging betreft en mat de straf naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een tijdige rechtsgang en bevestigt dat formele bezwaren tegen beëdiging niet altijd leiden tot nietigheid van het proces, zeker niet als de wet en jurisprudentie dit niet ondersteunen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het cassatieberoep wordt verder verworpen.