Conclusie
Nummer22/03189
Inleiding
De zaak
Het eerste middel
De betrouwbaarheid van aangeefster [slachtoffer 1]
Het tweede middel
Overwegingen betreffende de feiten 2 en 3
Het derde middel
Overwegingen betreffende de feiten 4 en 5
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld voor vijf feiten van oplichting, waarbij hij slachtoffers heeft bewogen tot afgifte van geld, kleding en auto's door zich voor te doen als een vermogend persoon met banden bij ASML en woonachtig in Frankrijk.
De verdachte gebruikte telkens dezelfde valse naam en een vergelijkbare handelswijze, waardoor het hof sprak van een modus operandi. Het hof achtte de verklaringen van de slachtoffers betrouwbaar en stelde vast dat het vertrouwen in eerdere slachtoffers mede leidde tot het misleiden van latere slachtoffers.
In cassatie werden drie middelen voorgesteld, gericht op de betrouwbaarheid van een slachtoffer en de causaliteit van het bewogen worden tot afgifte. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de betrouwbaarheid van het belangrijkste slachtoffer terecht heeft beoordeeld en dat de bewijsvoering voldoende aannemelijk maakt dat de slachtoffers mede door de oplichtingsmiddelen tot afgifte zijn bewogen.
De middelen falen en het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordelingen en schadevergoedingsmaatregelen van het hof in stand blijven.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen, veroordeling voor vijf feiten van oplichting bevestigd met vier jaar gevangenisstraf.