Conclusie
Nummer21/04841
Inleiding
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en 2. “
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 5.000,-, subsidiair zestig dagen hechtenis, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro en met een proeftijd van twee jaren. Voorts zijn beslissingen genomen ten aanzien van het beslag en benadeelde partijen en zijn schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als nader in het arrest opgenomen.
Inleiding: het onderzoek met de naam ‘A-BOOM’
Het eerste middel
De voorzitter deelt mede dat de zaak ter terechtzitting van heden niet inhoudelijk zal worden behandeld, maar dat het een regiezitting betreft. Voorts deelt de voorzitter mede dat het hof heeft ontvangen van de verdediging een appelschriftuur d.d. 25 juni 2013 en een brief d.d. 9 maart 2015, inhoudende aanvullende onderzoekswensen, alsmede van het Openbaar Ministerie een schriftelijke reactie op de verzoeken, d.d. 10 maart 2015.
De verdachte heeft alle mogelijke maatregelen genomen om er voor te zorgen dat de klanten tevreden zouden zijn en hij mocht er ook van uit gaan dat de kronieken voldeden aan de verwachtingen van de afnemers, aangezien de retourpercentages slechts rond de 2 procent lagen.” De getuigen konden dit, zo begrijp ik, bevestigen.
dat de retourpercentages slechts rond de 2 procent lagen” voor waar heeft aangenomen, zodat een belangrijke reden voor het horen van de (zes) getuigen is komen te vervallen. In zoverre faalt de klacht.
Het tweede middel
De verdediging heeft overeenkomstig de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitaantekeningen aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte.
", aldus de verdediging.
" zijn).
dat het aantal retourorders 2% van het aantal gedane bestellingen betrof” en (2) op de grond dat het door de verdediging gewenste onderzoek aan de administratie ook had kunnen plaatsvinden aan de hand van de
papierenadministratie (bankafschriften en de grootboekadministratie) die tot het procesdossier behoort.
papierenadministratie, is ter terechtzitting ook betrokken, maar zij werd aldaar door de verdediging (in aanvulling op de pleitnota) zonder enige toelichting naar voren gebracht, en dus – anders dan de stellers van het middel zonder bronverwijzing naar voren brengen – niet ‘uitdrukkelijk en onderbouwd’. [3] Zonder zo’n onderbouwing kunnen bij die stelling grote vraagtekens worden geplaatst. Aangenomen dat – na een reclamatie – de gestelde terugbetaling van gelden via elektronisch betalingsverkeer werd uitgevoerd, moet die terugbetaling aan de hand van bankafschriften moeiteloos kunnen worden aangetoond, terwijl elke reclamatie en terugbetaling sowieso in de grootboekadministratie vastgelegd zou moeten zijn.
of de zendingen daadwerkelijk retour zijn gestuurd en/of door aangevers daadwerkelijk is gereclameerd”. Dat geldt echter evengoed voor de digitale administratie.
allereclamaties daadwerkelijk werden geadministreerd. Bij twijfel daarover heeft het verlangde onderzoek in de (digitale of papieren) administratie uiteraard geen zin.
Het derde middel
hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005 te Voorburg en Schoorl en Alblasserdam en Nieuwerkerk aan den IJssel en Tilburg en Holwerd en Vlissingen en ’s-Gravenhage en Schiedam,
" en
" en
" en
" en
" en
" en
”
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof het volgende vast.
", "De kroniek geeft de geschiedkundige ontwikkeling aan van het geslacht [van de betreffende aangever]
", "Het is een op maat gemaakt naslagwerk geworden
" en "Uw kroniek beslaat maatgesneden informatie
".
"
", "helaas
" en "niet altijd
" de disclaimer de suggestie en verwachting die in de brief worden gewekt, namelijk dat de kroniek en het familiewapen het resultaat zijn van gericht familieonderzoek van de besteller, juist versterkt. De tekst geeft de indruk dat de ondertekenaar van de brief ook de intentie heeft gehad bloedverwantschap en authenticiteit te garanderen. Dat als basis "naamsverwante genealogische gegevens
" gebruikt worden, is in het licht hiervan dusdanig verwarrend dat de besteller enkel op basis van die woorden niet geacht mocht worden te begrijpen of te doorzien dat ten aanzien van hem of haar juist (vrijwel) géén sprake zou zijn van enige vorm van verwantschap.