ECLI:NL:PHR:2024:272
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken handtekening raadsheer en overschrijding inzendtermijn in cassatie
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens diefstal. In cassatie werden twee middelen aangevoerd: het ontbreken van de handtekening van de raadsheer op het proces-verbaal van de zitting en de overschrijding van de inzendtermijn van stukken naar de Hoge Raad.
De conclusie van de plv. AG stelt vast dat het proces-verbaal niet overeenkomstig de wettelijke vereisten is ondertekend door de behandelend raadsheer, omdat deze niet meer werkzaam was bij het hof. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de uitspraak, aangezien geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die dit verzuim kunnen compenseren.
Daarnaast is de inzendtermijn van acht maanden overschreden, aangezien het cassatieberoep op 6 april 2022 is ingesteld, maar de stukken pas op 27 december 2022 zijn ontvangen. Dit overschrijding kan niet worden gecompenseerd door een voortvarende afdoening.
Gezien de ernst van deze procedurele fouten beveelt de plv. AG vernietiging van het arrest en terugwijzing naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.