Uitspraak
1.Geding in cassatie
mr. R.C.C. van Leest, sectorvoorzitter van de sector Straf van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, en de griffier is vastgesteld en ondertekend."
3.Beslissing
3 april 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld tot 4 weken gevangenisstraf wegens diefstal van negen flessen shampoo en een broodje gehaktbal op 8 april 2016 te Utrecht.
Het cassatieberoep richt zich op het feit dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet is vastgesteld en ondertekend door de raadsheer die het mondelinge arrest heeft gewezen, zoals vereist volgens art. 327 Sv Pro. De raadsheer was echter na de terechtzitting overleden, waardoor het proces-verbaal werd vastgesteld en ondertekend door de sectorvoorzitter en griffier.
De Hoge Raad overweegt dat ondanks dit formele verzuim, dit niet leidt tot nietigheid van het onderzoek of de uitspraak, mede omdat de raadsman van de verdachte aanwezig was en zich op het oordeel van het hof heeft beroepen, en er geen klachten zijn aangevoerd tegen de inhoud van het proces-verbaal. Het stempelarrest bevat geen afwijkende beslissingen ten opzichte van het bestreden arrest.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de strafoplegging van 4 weken gevangenisstraf, waarbij de tijd van voorarrest in mindering wordt gebracht.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt 4 weken gevangenisstraf wegens diefstal.