ECLI:NL:PHR:2024:284

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
23/00221
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 117 SvArt. 134 lid 2 onder c SvArt. 140 lid 2 SrArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens vernietiging in beslag genomen banners motorclub

Op 4 november 2022 werden tijdens de BigTwin Bikeshow te Houten drie banners van de motorclub Singa 19 in beslag genomen onder verdenking van voortzetting van werkzaamheden van de verboden motorclub Satudarah, op grond van art. 140 lid 2 Sr Pro. Klager, die zich op de motorshow bevond en als officiële standhouder van Singa 19 werd aangemerkt, diende op 11 november 2022 een klaagschrift in op grond van art. 552a Sv om teruggave van de banners te verkrijgen.

De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beklag op 17 januari 2023 ongegrond, mede omdat werd vastgesteld dat de banners toebehoren aan klager. Klager stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze beschikking. De griffie van de Hoge Raad informeerde het Openbaar Ministerie over de status van de in beslag genomen banners, waarop werd meegedeeld dat deze in mei 2023 zijn vernietigd met een machtiging op grond van art. 117 Sv Pro.

De Hoge Raad concludeert dat door de vernietiging van de voorwerpen het beslag is geëindigd en klager daardoor geen belang meer heeft bij het cassatieberoep. Volgens vaste rechtspraak kan dan geen beklag meer worden gedaan op grond van art. 552a Sv, ook niet over het uitblijven van een last tot teruggave. De conclusie is daarom dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de in beslag genomen banners zijn vernietigd en klager daardoor geen belang meer heeft.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/00221 B
Zitting19 maart 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de klager

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Utrecht, heeft bij beschikking van 17 januari 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende beklag strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klager van de onder [betrokkene 1] in beslag genomen drie banners van Singa 19 ongegrond verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel kan om de hierna te noemen reden buiten bespreking blijven.

2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
Op 4 november 2022 bevonden de klager en [betrokkene 1] zich op de motorshow “BigTwin Bikeshow” te Houten. Op een stand van Singa 19 bevonden zich drie banners die door de politie onder [betrokkene 1] in beslag zijn genomen in verband met de verdenking dat hij zich zou hebben schuldig gemaakt aan de voortzetting van de werkzaamheden van de verboden motorclub Satudarah in de zin van art. 140 lid 2 Sr Pro. Het beslag heeft plaatsgevonden op de voet van art. 94 lid 1 Sv Pro (In verband met de waarheidsvinding).
2.2
Namens de klager is op 11 november 2022 een op art. 552a Sv gebaseerd klaagschrift ingediend, strekkende tot teruggave van de onder [betrokkene 1] in beslag genomen banners.
2.3
De rechtbank heeft dit beklag op 3 januari 2023 in een openbare raadkamerzitting behandeld. In raadkamer heeft de rechtbank vastgesteld dat [betrokkene 1] afstand heeft gedaan van de onder hem in beslag genomen banners, omdat naar zijn zeggen de banners aan de klager als officiële standhouder van Singa 19 toebehoren. De rechtbank heeft op 17 januari 2023 op het beklag beslist.
2.4
Door de griffie van de Hoge Raad is bij het openbaar ministerie geïnformeerd naar de status van de in beslag genomen voorwerpen. In reactie hierop heeft het openbaar ministerie de griffie laten weten dat de voorwerpen in mei 2023 zijn vernietigd en dat daartoe een machtiging als bedoeld in art. 117 Sv Pro is verleend.
2.5
Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank. Om die reden dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep. [1]

3.Conclusie

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Ingevolge art. 134 lid Pro 2, onder c, Sv eindigt het beslag wanneer vaststaat dat een in beslag genomen voorwerp is vernietigd op grond van een machtiging als bedoeld in art. 117 Sv Pro en het voorwerp niet om baat is vervreemd. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad betekent dit dat dan geen beklag als bedoeld in art. 552a Sv meer kan worden gedaan. Ook over het uitblijven van een last tot teruggave van een inmiddels vernietigd voorwerp kan uit hoofde van art. 552a Sv niet meer worden geklaagd. Wel staat in dat geval de weg naar de civiele rechter open. Zie hierover uitgebreider de conclusie van AG Frielink van 4 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:377.