ECLI:NL:PHR:2024:298
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen bedrieglijke bankbreuk en schuldwitwassen
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en schuldwitwassen, gerelateerd aan het faillissement van het bedrijf van zijn vader en diens privéfaillissement.
De zaak draait om complexe transacties waarbij vermogen werd onttrokken aan de failliete boedel, waaronder de verkoop van een springpaardenstal onder de waarde en het ontvangen van geldbedragen zonder zakelijke grond. Het hof concludeerde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op faillissement heeft aanvaard en mede heeft samengewerkt met zijn vader om schuldeisers te benadelen.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte onvoldoende kennis had van de financiële situatie, dat waarderingen van activa correct waren en dat verdachte geen wetenschap had van de herkomst van gelden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze verweren toereikend heeft gemotiveerd verworpen en dat de bewezenverklaring voldoende is onderbouwd.
De Hoge Raad bevestigt dat de agio-uitkering en de verkoop van aandelen als onttrekking aan de boedel gelden en dat verdachte schuldwitwassen pleegde door geldbedragen te ontvangen terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze uit misdrijf afkomstig waren.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf blijft in stand.