Conclusie
Nummer21/04990
Inleiding
Het tweede middel
mededeling van verbalisant:
mededeling van verbalisant:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens bedreiging met zware mishandeling, gepleegd op 8 mei 2020 tijdens zijn fouillering door politieambtenaren. Hij uitte de woorden: “Ik heb Corona. Moet ik je in je gezicht hoesten ofzo?”, terwijl hij zijn hoofd richting de verbalisanten draaide, die hem vasthielden en fouilleerden.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en dat uit de bewijsmiddelen niet bleek hoe lang en hoe dichtbij hij zijn hoofd had gedraaid, waardoor geen redelijke vrees voor besmetting kon ontstaan. Ook werd aangevoerd dat het slechts een toewensen van ziekte betrof.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat bij de verbalisanten een redelijke vrees voor zwaar lichamelijk letsel kon ontstaan, mede gelet op de maatschappelijke context van de coronapandemie, de bekende ernst van het virus en de wijze van overdracht via speeksel. De bedreiging was een retorische dreigende vraag en niet slechts een wens. Het middel faalde en de Hoge Raad vernietigde het arrest slechts gedeeltelijk en verwees de zaak terug voor hernieuwde berechting van het tweede tenlastegelegde feit en de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring van bedreiging met zware mishandeling en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van het tweede tenlastegelegde feit en de strafoplegging.