AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verplichting tot medewerking aan verkoop eigen woning in schuldsaneringsregeling
Verzoekers zijn toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en eigenaar van een woning met overwaarde. De rechter-commissaris heeft hun verzoek tot behoud van de woning afgewezen, waarna de woning moest worden verkocht. Verzoekers hebben onvoldoende medewerking verleend aan de verkoop en het zoeken naar alternatieve woonruimte, ondanks duidelijke aanwijzingen en termijnen.
De rechtbank heeft de looptijd van de schuldsaneringsregeling met zes maanden verlengd wegens toerekenbare tekortkomingen, met name het frustreren van het verkooptraject en het nalaten om alternatieve woonruimte te zoeken. Het hof heeft dit oordeel bekrachtigd, stellende dat de verplichting tot medewerking en het zoeken naar woonruimte voortvloeien uit de schuldsaneringsregeling.
In cassatie betoogden verzoekers dat zij niet tekortgeschoten zijn en dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft, onder meer omdat zij toestemming hadden om financiering te zoeken en de bewindvoerder aanvankelijk een schone lei adviseerde. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de verplichting tot medewerking aan verkoop en het zoeken naar woonruimte een redelijke en uit de regeling voortvloeiende verplichting is, waarvan niet-naleving toerekenbaar is en verlenging van de regeling rechtvaardigt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Voetnoten
1.[de bewindvoerder] is sinds 15 februari 2024 de bewindvoerder in de schuldsanering van [verzoekers] , zo blijkt uit het Centraal Insolventieregister. Daarvoor was dat [naam] .
2.Vgl. rov. 1.1-1.4 van het arrest van het hof.
4.Zie het vonnis in eerste aanleg, p. 2-3. Het eindverslag, dat dateert van 1 augustus 2023, bevindt zich bij de stukken van de zaak.
5.Het vonnis is niet gepubliceerd op rechtspraak.nl.
7.De cassatietermijn bedraagt op grond van art. 349a lid 3, derde zin, jo 351 lid 5 Fw acht dagen na de dag waarop het hof arrest heeft gewezen. De procesinleiding in cassatie is op 7 februari 2024 bij de Hoge Raad ingediend.
8.Stb. 2022, 491. Deze wet is in werking getreden op 1 januari 2023. In deze wet zijn onder meer specifieke gronden opgenomen waarop de termijn van de schuldsaneringsregeling kan worden verlengd.
9.Stb. 2023, 87. Deze wet is in werking is getreden op 1 juli 2023. In deze wet is de reguliere termijn van de schuldsaneringsregeling teruggebracht tot anderhalf jaar.
10.Volgens art. IV aanhef en onder c Implementatiewet en art. II Wet van 10 februari 2023 blijft namelijk op schuldsaneringsregelingen die zijn uitgesproken vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wetten het oude recht van toepassing.
15.In de toelichting op de Implementatiewet richtlijn herstructurering en insolventie heeft de wetgever opgemerkt dat van een toerekenbare tekortkoming in ieder geval sprake is in de gevallen genoemd in art. 350, lid 3, onder c-f, Fw. Zie
17.Engberts, in:
22.Zie met zoveel woorden
23.Zie opnieuw art. 3.7 onder a van de Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen 2009, alsmede Wessels Insolventierecht IX 2021/9086a, en Van Bommel, a.w., par. 5.4.2.