ECLI:NL:PHR:2024:340
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen beslaglegging op telefoons op grond van Europees Onderzoeksbevel
De zaak betreft het beklag van klager tegen de inbeslagneming van twee mobiele telefoons (een zilveren iPhone en een zwarte Oppo) op grond van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Belgische autoriteiten. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beklag ongegrond, omdat het beslag rechtmatig was en geen fundamentele rechtsbeginselen waren geschonden.
Klager voerde aan dat het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel waren geschonden, omdat het beslag voortduurde terwijl het onderzoek aan de telefoons al had kunnen plaatsvinden en klager daardoor onnodig werd belast. Het Openbaar Ministerie stelde dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om de gronden van het EOB te toetsen en dat het voortduren van het beslag wordt verondersteld noodzakelijk te zijn voor het strafrechtelijk onderzoek in België.
De Hoge Raad oordeelt dat de beklagrechter terecht heeft geoordeeld dat de telefoons het bewijsmateriaal betreffen waarop het EOB betrekking heeft en dat de overdracht aan de Belgische autoriteiten gerechtvaardigd is. De proportionaliteitstoets behoort niet tot de taak van de Nederlandse rechter bij een EOB. Het cassatieberoep faalt daarom en wordt verworpen.
De conclusie van de procureur-generaal benadrukt dat de toetsing beperkt is tot de rechtmatigheid van het beslag en de vraag of fundamentele beginselen zijn geschonden, en dat het belang van de strafvordering bij een EOB wordt aangenomen. De Hoge Raad volgt dit advies en bevestigt de rechtmatigheid van het beslag en de voortzetting daarvan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de telefoons blijft gehandhaafd.