Conclusie
1.Inleiding
Chapter 11-procedure en de
Scheme of Arrangement. [2] Bij de totstandkoming van de WHOA is mede gelet op de EU-Richtlijn betreffende herstructurering en insolventie, die ongeveer op hetzelfde tijdstip tot stand is gekomen als waarop het ontwerp van de WHOA bij de Tweede Kamer is ingediend. [3] Op grond van deze richtlijn zijn de lidstaten verplicht een dergelijke regeling vast te stellen. De richtlijn bevat eisen waaraan deze regeling minimaal dient te voldoen. [4]
professional support lawyerbij Houthoff te Amsterdam, heeft op persoonlijke titel gereageerd.
Factoring & Asset based finance Association Netherlands(hierna te noemen: FAAN), heeft een reactie ingediend, met als bijlage een artikel van A.J.M. Roos, senior legal counsel bij ING Bank N.V. en voorzitter van de juridische commissie van FAAN.
2.Feiten en procesverloop; oordeel rechtbank
Senior Facilities Agreement(hierna: SFA) een
Revolving Facilitybeschikbaar is gesteld alsmede
Bank guarantee facilities. [16] De
Bank guarantee facilitiesvallen uiteen in een
Covered Bank guarantee facilityen een
Uncovered Bank guarantee facility. De totale
committed facilityis € 950 miljoen. Een deel daarvan was ten tijde van het vonnis van de rechtbank getrokken uit hoofde van de
Revolving Facility. Onderdeel hiervan is de zogenaamde
Amazon First Incremental Covered Project Facilityvan € 28 miljoen (hierna: de Amazon lening), een
Export Credit Agency(hierna: ECA)
covered term loan. Voorts is uit hoofde van de
Bank guarantee facilitieseen bedrag aan garanties gesteld.
Revolving Standby Facility;
General Incremental Covered Project Facility;
Revolving General Facility;
Uncovered Bank Guarantee Facility;
Covered Bank Guarantee Facility;
Cut-Off Dateis 31 januari 2023. Een dochtervennootschap van IHC wordt verkocht aan HAL. Met de verkoopopbrengst wordt een deel van de uitstaande bedragen onder de
Revolving Facilityvervroegd afgelost, een deel (€ 15 miljoen) wordt gebruikt als
cash collateralen het restant wordt gebruikt ter versterking van de liquiditeitspositie van IHC. De
committed facilitywordt teruggebracht van € 950 miljoen naar € 503 miljoen, waarbij nieuwe faciliteiten beschikbaar worden gesteld, die bestaan uit de voorheen bestaande faciliteiten die ten dele worden gesplitst. [18] De looptijd van de financiering wordt niet aangepast, behalve ten aanzien van de Amazon lening. Aan de Secured Lenders worden (aanvullend) zekerheden verschaft, onder meer door de Staat en HAL.
Intercreditor Agreement(hierna: IA). Wijziging van een groot deel van de SFA en de IA is mogelijk met instemming van een twee derde meerderheid van de Secured Lenders. Voor een aantal wijzigingen is echter instemming van alle Secured Lenders noodzakelijk. Het betreft de volgende wijzigingen:
Top-Up Guarantee Provider.
Kan voortzetting van financiering worden afgedwongen onder de WHOA?
committed facilitywordt teruggebracht van € 950 miljoen naar € 503 miljoen. Belangrijk onderwerp van debat tussen partijen is of via de WHOA een schuldeiser kan worden gedwongen het werkkapitaal van de onderneming te blijven financieren. Gezien het belang van dit onderwerp voor de verdere beoordeling zal de rechtbank deze vraag als eerste behandelen.
commitments. Die verlaging is mogelijk op grond van de bestaande overeenkomsten. Hoewel daaruit een toekomstige betalingsverplichting voortvloeit voor (en daarmee een nieuwe schuld ontstaat van IHC aan) de Secured Lenders, is die verplichting (en het daar tegenover staande recht van IHC) als zodanig een (op basis van de SFA) bestaande verplichting en niet een nieuwe, via het akkoord opgelegde, verplichting. Het akkoord maakt slechts mogelijk dat IHC van die financiering weer gebruik kan maken, omdat de bestaande tekortkoming (zie onder 4.11) wordt opgeheven. [20] Hieraan doet niet af dat de SFA en de IA worden gewijzigd. Die wijziging is immers niet van dien aard dat de voorwaarden waaronder de Secured Lenders in de toekomst financiering moeten verstrekken veranderen. De bestaande verplichting van de Secured Lenders wordt met andere woorden niet gewijzigd, behalve dan dat deze wordt teruggebracht.
zodrade cliënt dat wilsrecht uitoefent.
3.Dwangakkoord onder de WHOA
Achtergronden regeling
Chapter 11-procedure en de
Scheme of Arrangement-regeling wel mogelijk is. Als gezegd, hebben die regelingen dan ook als inspiratie voor de regeling van de WHOA gediend. Voorts wijst de toelichting op het belang dat levensvatbare bedrijven aan hun financiële moeilijkheden moeten kunnen ontkomen door herstructurering van hun schulden. [24] Dat laatste is ook het doel van de EU-Richtlijn betreffende herstructurering en insolventie (o.m. considerans onder 1-3 en art. 4).
best interest of creditors’ test van de
Chapter 11-procedure. [32] In dit verband wordt ook wel gesproken van het ‘
no creditor worse off-beginsel’. [33]
cash-out’-optie. [34] Voor schuldeisers met een voorrang die voortvloeit uit pand of hypotheek die de schuldenaar bedrijfsmatig een financiering hebben verstrekt, geldt een afwijkende regel. Aan deze schuldeisers moet een uitkering in andere vorm worden aangeboden dan aandelen of certificaten (art. 384 lid 4 onder Pro d Fw). Hierbij moet gedacht worden aan uitstel van betaling of verlenging van de lening. [35]
absolute priority rule’ en is eveneens geïnspireerd op de
Chapter 11-procedure. Zij wordt in verband gebracht met een eerlijke verdeling van de herstructureringswaarde. [37]
aanmerkelijkslechtere positie komen dan in faillissement” (cursivering toegevoegd; de wettekst bevat het gecursiveerde woord niet). [39] Aan de (wel verplichte) afwijzingsgronden van art. 384 lid 4 Fw Pro wordt alléén toegekomen als de klasse waartoe de verzoeker tot de afwijzing behoort, tegen het akkoord heeft gestemd. Dat laat zien dat wat ‘redelijk’ is in dit verband mede afhangt van hetgeen de meerderheid vindt. Zuiverder is denk ik dan ook om de bepalingen van art. 384 leden Pro 3 en 4 Fw te zien als een zekere bescherming van de schuldeisers die tegen het akkoord zijn. Die bepalingen geven hun de mogelijkheid om zich onder omstandigheden met succes tegen een akkoord te verzetten als de daarin genoemde gevallen zich voordoen.
4.Mogelijkheid om verandering te brengen in verplichtingen van schuldeiser?
Gezichtspunten bij uitleg WHOA
bepaaldewijzigingen mogelijk bedoelt te maken en maakt). Dat lijkt me een belangrijk gezichtspunt bij de uitleg van de WHOA.
gezamenlijkbeter af zijn met een akkoord dan met een faillissement. De ‘nul-positie’ van de schuldeisers is om zo te zeggen het verlies dat zij bij een faillissement lijden. Wat zij ten opzichte daarvan meer krijgen door een akkoord, is dus ‘winst’ voor hen.
no creditor worse off-beginsel’ van art. 384 lid 3 Fw Pro: het recht op niet méér verlies dan de nul-positie. Dat vormt dus als het ware de ondergrens van het offer dat gevraagd kan worden.
cash-out’-optie van art. 384 lid 4 onder Pro c Fw. De schuldeiser behoeft niet zonder meer te vertrouwen op de inschatting van de kans op succes van de herstructurering die bij het akkoord aan de orde is en hij moet daarom de mogelijkheid hebben om ‘op te stappen’ tegen het bedrag dat hij in het geval van een faillissement zou hebben ontvangen.
wijziging van de rechten van de schuldeisers en de aandeelhouders» gaat het om een wijziging van het recht van een schuldeiser of aandeelhouder om nakoming door de schuldenaar van de op hem rustende verplichtingen af te dwingen. Gedacht kan worden aan:
debt for equity swap», waarbij een gedeelte van een vordering van een schuldeiser wordt omgezet in een aandelenbelang en dus ook zeggenschap in de vennootschap, terwijl het aandelenbelang en de daaraan verbonden zeggenschap van de bestaande aandeelhouders verwateren.” [46]
toekomstigerechten. Bij het voorbeeld van de huurovereenkomst valt immers te denken aan huur die voor de schuldenaar-onderneming te hoog is en mettertijd een steeds ondragelijkere last wordt. Het is duidelijk dat dit probleem voor de in het verleden niet-betaalde huur gemakkelijk kan worden opgelost door een wijziging van rechten als bedoeld in art. 370 lid 1 Fw Pro. Kennelijk is dat echter niet mogelijk bij de toekomstige huur in de gedachtegang van de wetgever. Anders zou het molensteen-probleem immers eenvoudig met art. 370 lid 1 Fw Pro zijn op te lossen. Dat de wetgever bij art. 370 lid 1 Fw Pro niet heeft gedacht aan toekomstige vorderingen, is ook wel logisch. De meeste toekomstige vorderingen vormen de tegenprestatie van eveneens in de toekomst te verrichten prestaties van de wederpartij. Het zou wel heel onredelijk zijn en in strijd met het hiervoor in 4.2 genoemde gezichtspunt als bij een akkoord de toekomstige vorderingen van de wederpartij verlaagd zouden kunnen worden, maar de wederpartij gehouden is om harerzijds te blijven presteren. Kennelijk is dat dus niet bedoeld.
ter herstructurering van zijn schuldenbevoegd [is] zijn schuldeisers, dan wel een aantal van hen, alsmede zijn aandeelhouders, dan wel een aantal van hen, een akkoord aan te bieden dat voorziet in een wijziging van hun rechten” (de hier door mij gecursiveerde woorden ontbreken nu in art. 370 lid 1 Fw Pro). Over de formulering ‘herstructurering van zijn schulden’ werd in de toelichting bij het voorontwerp opgemerkt:
wederpartijin art. 373 lid 4 Fw Pro bij de regeling van de homologatie (dat in het voorontwerp nog ‘algemeen verbindend verklaring’ werd genoemd) het recht om de overeenkomst te beëindigen als deze door het akkoord werd gewijzigd. De rechtbank kon voorwaarden stellen aan de beëindiging. De bepaling van dit artikellid is, voor zover van belang, in de toelichting bij het voorontwerp als volgt toegelicht:
absolute priority rule, zoals deze regel is uitgewerkt in art. 384 lid 4 onder Pro b Fw, de schuldeisers de mogelijkheid om zich tegen die begunstiging te verzetten (een weigeringsgrond voor de homologatie). Die bepaling geeft hen immers in beginsel het recht om zich te verzetten tegen een verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd, die afwijkt van de wettelijke of contractuele rangorde. [66] Op deze weigeringsgrond staat art. 384 lid 4 onder Pro b Fw echter een uitzondering toe, namelijk als voor de afwijking een redelijke grond bestaat en de betrokken schuldeisers of aandeelhouders door de afwijking niet in hun belang worden geschaad. Dat geval doet zich denk ik alleen voor bij (objectief) goede vooruitzichten voor het slagen van de herstructurering, die meebrengen dat de schuldeisers naar verwachting in elk geval niet minder zullen ontvangen dan bij een akkoord waarbij de bestaande rangorde wel in acht wordt genomen.
cross class cram down’. Art. 384 lid 4 onder Pro b Fw biedt bescherming tegen die gebondenheid. [67]
reeds verstrekteleningen, gedwongen te wijzigen. Dat kan dus onder meer door verlaging van het bedrag daarvan – voor zover dat mogelijk is zonder in strijd te komen met het ‘
no creditor worse off-beginsel’ van art. 384 lid 3 Fw Pro – en door wijziging van het tijdstip waarop deze moet worden terugbetaald. De
absolute priority rulezoals deze regel is uitgewerkt in art. 384 lid 4 onder Pro b Fw, beschermt de bestaande financier bovendien in beginsel vrij vergaand, nu hij meestal hoog bevoorrechte vorderingen heeft door de zekerheden die hij voor de financiering heeft bedongen. Die bescherming valt alleen weg in de twee juist hiervoor in 4.24 genoemde gevallen.
absolute priority rulevrij vergaand kan beletten dat aan nieuwe financiers betere rechten worden gegeven om het voor hen aantrekkelijk te maken om ‘in te stappen’. Ook is er de genoemde bescherming van art. 384 lid 2 onder Pro f sub 1° Fw.
cash out-optie, dat wil zeggen het recht van de schuldeisers om bij een akkoord te kiezen voor een uitkering in geld ter hoogte van het bedrag dat zij bij een faillissement naar verwachting aan betaling in geld zouden ontvangen. Het niet opnemen van deze optie in het akkoord is een andere grond voor weigering van de homologatie, mits de klasse van de schuldeisers die deze optie niet krijgt, tegen het akkoord heeft gestemd (art. 384 lid 4 onder Pro c Fw). In het aanvankelijke wetsontwerp van de WHOA – dus het ontwerp zoals dat bij de Tweede Kamer is ingediend – gold deze bepaling nog voor alle schuldeisers, dus ook voor de financiers die nu in art. 383 lid 4 onder Pro d Fw worden genoemd (dat was in art. 384 lid 4 onder Pro b Fw van het aanvankelijke wetsontwerp). Gedachte achter de
cash out-optie is volgens de daarop gegeven toelichting dat schuldeisers die niet met de vereiste meerderheid met het akkoord hebben ingestemd, niet behoren te kunnen worden gedwongen om in de onderneming te blijven investeren (dus hun geld in de onderneming te laten). [69]
absolute priority rule.
dus niet intrekking– van de
cash out-optie. Deze schuldeisers moet volgens deze regel een uitkering in andere vorm worden aangeboden dan aandelen of certificaten, waarbij moet worden gedacht aan uitstel van betaling of verlenging van de lening. Deze wijziging van art. 384 lid 4 Fw Pro heeft bij amendement plaatsgevonden. Dat amendement is als volgt toegelicht:
cash out-optie bij de behandeling door de Tweede Kamer opgemerkt:
cash out-optie». Als er onvoldoende liquide middelen zijn of aangetrokken kunnen worden om de uitkering in contanten te financieren, kan een akkoord niet tot stand komen. Daarom vallen bedrijfsmatige financiers die bij faillissement doorgaans aanspraak kunnen maken op vrij grote contante bedragen, niet langer onder de bepaling die is opgenomen in artikel 384, vierde lid, onderdeel c. Voor deze categorie schuldeisers geldt nu artikel 384, vierde lid, onderdeel d. Hierin is bepaald dat het akkoord tegenstemmende bedrijfsmatige financiers uit een tegenstemmende klasse de mogelijkheid moet bieden om in plaats van aandelen te kiezen voor «
een uitkering in een andere vorm». Een verbod op een «cash out» van bedrijfsmatige financiers wordt niet gegeven. Als daarvoor de liquide middelen beschikbaar zijn, kunnen bedrijfsmatige financiers nog steeds contanten aangeboden krijgen. Is dat niet het geval, dan kan aan de tegenstemmende bedrijfsmatige financiers uit een tegenstemmende klasse een andere uitkeringsvorm worden aangeboden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een aanpassing van de financieringsvoorwaarden zoals uitgestelde of verspreide betaling van de schuld, maar niet aandelen of certificaten van aandelen. De onderneming krijgt dan langer de tijd om een verstrekte lening terug te betalen.
cash out.
equity for debt), deze moet worden bewerkstelligd door het aantrekken van nieuw kapitaal, hetzij in de vorm van eigen vermogen (verhoging kapitaalbijdrage door de aandeelhouders of uitgifte van nieuwe aandelen), [73] hetzij in de vorm van vreemd vermogen (nieuwe leningen of krediet), is niet vreemd. Er zijn nu eenmaal grenzen aan wat men aan offers van schuldeisers en aandeelhouders kan vergen. Deze regeling kan bovendien ook juist worden gezien als een zeker pluspunt van de WHOA. Of nieuwe financiering kan worden gevonden, kan namelijk ook worden beschouwd als een goede test voor de perspectieven die het herstructureringsplan biedt. Is dat aantrekkelijk genoeg om de bestaande of nieuwe financiers in voldoende mate over de streep te trekken met nieuwe financiering? Zo neen, dan is een liquidatie, sanering of andere herstructurering van de onderneming wellicht meer op haar plaats. In dit verband valt te bedenken dat de rechtvaardiging voor het dwangakkoord bij een herstructurering is dat de schuldeisers daarmee, als groep, beter af (moeten) zijn dan met een faillissement. Het is om die reden dat van hen de offers kunnen worden gevraagd waarvan bij een dwangakkoord sprake is (het gemeenschappelijke belang). Dit is ook de ratio van het ‘
no-creditors-worse-off-beginsel’ en van de
cash-out-optie, die de ondergrens vormen van waarop zij recht hebben (in elk geval het bedrag dat zij bij een faillissement ontvangen). De bedoeling is dat zij per saldo erop vooruitgaan. Met een verplichting om voor nieuwe financiering te zorgen wordt door die ondergrens heengegaan.
cash-out. In het voorontwerp Wet Continuïteit Ondernemingen II uit 2014 kwam de
cash out-optie nog niet voor. Het proefschrift van Tollenaar verdedigt die optie uitvoerig als een redelijk onderdeel van een dwangakkoord. In het voorontwerp Wet homologatie onderhands akkoord uit 2017 – dus na de verschijning van het proefschrift – is zij alsnog opgenomen in art. 381 lid 4 onder Pro e Fw. Volgens de memorie van toelichting is een akkoord zonder de
cash out-optie niet redelijk. Dat berust, volgens het proefschrift van Tollenaar en de Amerikaanse ‘
creditors bargain’-theorie waarnaar hij in zijn proefschrift verwijst, mede daarop dat de met het akkoord voorgestelde herstructurering aantrekkelijk genoeg moet zijn voor de schuldeisers en dat zij in beginsel zelf moeten mogen uitmaken of dat het geval is. De gedachte is dat hetzelfde dient te gelden voor degene die voor nieuwe financiering moet zorgen. [74]
absolute priority rule). Die bepaling kan echter niet worden ingeroepen door een schuldeiser die behoort tot een klasse die in de vereiste meerderheid vóór het akkoord heeft gestemd. Het is dus wel degelijk mogelijk om nieuwe financiering aantrekkelijk te maken door aan de nieuwe financier een hogere rang aan te bieden, zoals in het akkoord van deze zaak ook is gebeurd, ten behoeve van HAL (zie hiervoor 2.1 onder (vi), slot, en rov. 4.35 van het vonnis van de rechtbank). De andere schuldeisers zullen dan echter wel van het nut en de noodzaak daarvan moeten worden overtuigd (omdat zij in de vereiste meerderheid vóór het akkoord moeten stemmen), maar dat is beginsel steeds een opgave bij een akkoord, dat immers alleen tot stand kan komen als voldoende schuldeisers daarvoor stemmen.
maturity dateen/of de rentebetalingsverplichtingen en/of de convenanten dan ook als een wijziging van het vorderingsrecht, waarover dus direct kan worden gestemd als onderdeel van het akkoord.” [86]
van schulden(MvT,
Kamerstukken II2018/19, 35 249, nr. 3, p. 1). Het is onduidelijk of de wetgever hiermee een beperking heeft beoogd, maar er zou uit afgeleid kunnen worden dat een recht op informatie of een vergaderrecht (en andere meer vennootschapsrechtelijke rechten) niet door een WHOA-akkoord kan worden gewijzigd. Dit volgt ook uit het doel en karakter van de WHOA: het is een insolventieprocedure die beoogt ondernemingen in staat te stellen buiten faillissement hun schulden te herstructureren of hun activiteiten gecontroleerd af te wikkelen en de schuldeisers zo een beter resultaat te geven dan in faillissement.” [88]
bezwarendis (een molensteen, zoals de memorie van toelichting zegt). Zij suggereren dat de WHOA geen regeling kent voor het geval dat het gaat om een overeenkomst die gunstig is voor de schuldenaar. Zij plaatsen het vonnis van de rechtbank in die sleutel en verdedigen op grond daarvan het daarin gegeven oordeel. [89]
Scheme of Arrangement, waarvoor dit volgens haar geldt. Zij wijst erop dat de regeling daarvan inspiratiebron is geweest voor de WHOA (reactie onder 2.3, 2.18-2.19, 2.35 onder (iii) en de eerste bijlage bij de reactie). Ook in de bijlage bij de hiervoor in 1.12 als laatste genoemde reactie wordt erop gewezen dat het Engelse recht het mogelijk maakt om de voorwaarden van bestaande verplichtingen te wijzigen. In die bijlage wordt voorts aangetekend dat de regeling van de Amerikaanse
Chapter 11-procedure weliswaar niet de mogelijkheid kent om de voorwaarden van verplichtingen te wijzigen, maar het – ter compensatie daarvan – wel mogelijk maakt, anders dan het Nederlandse recht, om nieuwe financiers een hogere rang bij verhaal te geven dan de bestaande schuldeisers en die regeling op die manier de schuldenaar behoorlijk in staat stelt om tot een herstructurering te komen middels een akkoord.
Scheme of Arrangement(
part26 van
Companies Act 2006) zit op een wezenlijk punt anders in elkaar dan die van de WHOA. De Engelse regeling kent niet de beperkende bepalingen van de art. 370 lid 1 en Pro 373 lid 1 Fw en geeft een algemene mogelijkheid om tot een akkoord te komen. [91] Volgens de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van de WHOA is die regeling dan ook slechts een inspiratiebron voor WHOA geweest. De Engelse regeling is dus niet een model dat geheel of ten dele is overgenomen (zie hiervoor in 1.1).
5.Bespreking oordeel van de rechtbank
Oordeel rechtbank over voortzetting krediet
defaultverkeert bij het voldoen aan haar verplichtingen en dat IHC daarom volgens de SFA geen financiering meer kan opnemen, nu zij met terugbetaling van de Amazon lening in gebreke was. Rabobank heeft aangevoerd dat de WHOA niet de mogelijkheid biedt om nieuwe verplichtingen op te leggen of verplichtingen te wijzigen. [95]
defaultbij de terugbetaling van de Amazon lening geldt bovendien dat deze als voor de SFA relevante omstandigheid niet wordt weggenomen door het feit dat bij het akkoord de looptijd van die lening is verlengd en daardoor van een
defaultgeen sprake meer is: die
default, waardoor geen financiering mee behoeft te worden gegeven, was er.
commitments(om financiering te verlenen) door het akkoord worden verlaagd. In het kader van de vraag of de WHOA een en ander mogelijk maakt, is dat natuurlijk niet doorslaggevend.
commitments. Het akkoord maakt het slechts mogelijk dat IHC weer van die verplichting gebruik kan maken, omdat de bestaande tekortkoming – het niet tijdig terug betalen van de Amazon-lening (rov. 4.11) – wordt opgeheven (rov. 4.7).