ECLI:NL:PHR:2024:348
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in uitleveringsprocedure na intrekking verzoek door Amerikaanse autoriteiten
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten aan Nederland voor een persoon geboren in 1995, beschuldigd van meerdere strafbare feiten met betrekking tot gereguleerde stoffen en witwassen volgens Amerikaanse wetgeving.
De rechtbank Rotterdam had op 2 november 2023 de uitlevering toelaatbaar verklaard. De verdediging stelde cassatiemiddelen voor tegen deze beslissing.
Op 16 november 2022 hadden de Amerikaanse autoriteiten het uitleveringsverzoek ingediend, maar op 11 maart 2024 werd dit verzoek ingetrokken, zoals bevestigd door de juridische adviseur van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Hierdoor kan de officier van justitie niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering tot behandeling van het verzoek.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie, zodat verdere behandeling van het uitleveringsverzoek komt te vervallen.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot behandeling van het ingetrokken uitleveringsverzoek.