Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
Landsverordening van 8 juni 1993 houdende bepalingen betreffende het exploiteren van hazardspelen op de internationale markt middels servicelijndiensten(P.B. 1993, no.63, hierna: Landsverordening Buitengaatse Hazardspelen) het oog heeft. Deze landsverordening bepaalt (anders dan de Landsverordening Hazardspelen 1948 in artikel 5a ten aanzien van artikel 7A:1807 BW) weliswaar niets over het al dan niet toepasselijk zijn van de artikelen 7A:1807 tot en met 7A:1810 BW. Uit de inhoud en wetsgeschiedenis van de eerstgenoemde Landsverordening en het daarop gebaseerde Landsbesluit (weergegeven in het Hofvonnis van 14 maart 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:31, rov. 2.11-2.14), die met name ook zien op het waarborgen van de uitbetaling van prijzengeld aan de spelers, vloeit echter onmiskenbaar voort dat deze artikelen daarmee niet verenigbaar zijn en dus niet toepasselijk.
aardvan online gambling, waarop de Landsverordening het oog heeft, de niet-toepasselijkheid van de artikelen 7A:1807 tot en met 7A:1810 BW voortvloeit. Deze bedrijvigheid wordt in Curaçao niet (meer) als maatschappelijk ongewenst aangemerkt.
rechtsvordering ... ter zake van een schuld uit spel of uit weddingschap voortgesproten’, bedoeld in artikel 7A:1807 BW. De sanctie van nietigheid zou anders volledig worden ondergraven
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken, dat medegelding heeft in Curaçao. In het kader van dit verdrag (artikelen 2 en 14) geldt eveneens dat erkenning niet in strijd is met de openbare orde van Curaçao.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
tenzij voortgesproten uit spel en weddenschap, eene in rechten afdwingbare verplichting tot betaling bestaat te bevestigen.” [12]
geldige en afdwingbareovereenkomst leidt. Hij overwoog:
rechtsvordering ... ter zake van een schuld uit spel of uit weddenschap voortgesproten” als bedoeld in art. 7A:1807 BWC. Met dat oordeel miskent het hof volgens het onderdeel dat ook deze vordering een gevolg is van deelname aan spel en weddenschap en derhalve als zodanig door art. 7A:1807 BWC wordt omvat.
in geen geval’terugeisen, behoudens bedrog, list of oplichting van degene die gewonnen heeft. Vermeende nietigheid van de overeenkomst vanwege het ontbreken van de vereiste vergunning betreft niet zo’n uitgezonderd geval. In ieder geval heeft het hof met dit oordeel niet of onvoldoende (begrijpelijk) gerespondeerd op het andersluidende standpunt van Araxio . Het hof is niet ingegaan op het beroep op art. 7A:1810 BWC.