Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
herstelvan de geconstateerde gebreken dus centraal. De beslissing van het hof om de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verlengen tot het maximum van 24 maanden met herleving van de reguliere afdrachtverplichting ná het inlopen van de boedelachterstand, verdraagt zich niet met de voorgaande uitgangspunten en getuigt daarmee van een onjuiste rechtsopvatting. Tegen deze achtergrond slaagt het cassatiemiddel.
2.Feiten en procesverloop
wake-up callzou zijn geweest. Ook is de schuldenares niet gewezen op de mogelijkheid om hulp in te schakelen, bijvoorbeeld van het nazorgteam van de gemeentelijke schuldhulpverlening. [5] Inmiddels heeft zij wel verlof kunnen opnemen en heeft haar werkgever twee nieuwe werknemers aangenomen die de werkdruk moeten verlichten. De schuldenares is ervan overtuigd dat zij door deze omstandigheden meer ruimte heeft om haar administratie op orde te krijgen en haar betalingsverplichtingen stipt na te komen. [6]
3.Juridisch kader
“bijzondere aard of geringe betekenis”kan de rechtbank besluiten om deze buiten beschouwing te laten en de schuldenaar toch kwijtschelding van zijn schulden te verlenen (art. 354 lid 2 Fw Pro).
onder welke omstandighedenverlenging van de kwijtscheldingstermijn mogelijk is. [11] In art. 349a lid 2 Fw is daarom opgenomen dat de rechter-commissaris de termijn kan verlengen “
als de schuldenaar niet aan al zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen kan voldoen, of als de schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen.” [12] Deze wijziging is van toepassing op schuldsaneringsregelingen die na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet zijn gestart; op lopende procedures bleef de oude regeling van toepassing. [13] Hierna, onder 3.18 e.v., zal nog nader worden ingegaan op deze wijziging van art. 349a lid 2 Fw.
“als zich andere omstandigheden voordoen, die bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden bepaald.”Deze wijziging had onmiddellijke werking en was van toepassing op toelatingsverzoeken die voor de inwerkingtreding van de wet waren ingediend en waarop nog niet was beslist. [14] Hieruit volgt dat deze wijziging geen onmiddellijke werking heeft in
alleWsnp-zaken. Nu de schuldenares in de onderhavige zaak vóór 1 januari 2023 tot de Wsnp is toegelaten, moet deze zaak worden beoordeeld aan de hand van de bepaling zoals deze tot die datum luidde, namelijk: [15]
“er klaar voor zijn”,en om een verlichting van de werklast te bewerkstelligen voor de rechterlijke macht en bewindvoerders. [16]
NJ2007, 61).”
herstelvan de geconstateerde gebreken centraal staat.
In dergelijke gevallen kan verlenging van de termijn ertoe dienen om de schuldenaar in de gelegenheid te stellen aanvankelijke tekortkomingen in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen te herstellen.”
“dat de rechter die de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengt, zich in zijn beslissing niet ertoe beperkt de duur van die verlenging te bepalen, maar ook preciseert welke in het algemeen uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen gedurende de termijn van de verlenging voor de desbetreffende schuldenaar gelden.” [22] De verplichtingen die gedurende de verlenging gelden, dienen dus te worden afgestemd op de tekortkomingen die hebben geleid tot het onthouden van de schone lei.
“in het algemeen uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen gedurende de termijn van de verlenging voor de desbetreffende schuldenaar gelden.” [25] In het vonnis waarbij de schuldsaneringsregeling wordt verlengd, moet de rechter dus vermelden welke van de hiervoor genoemde verplichtingen nog gelden tijdens de verlenging.
De rechter-commissaris kan de termijn verlengen als de schuldenaar niet aan al zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen kan voldoen, of als de schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De termijn bedraagt ten hoogste vijf jaar. De bewindvoerder geeft van de gewijzigde termijn onverwijld kennis aan de schuldeisers. De rechter-commissaris dient de schuldenaar in de gelegenheid te stellen te worden gehoord, alvorens te beslissen de termijn te verlengen.”
“bepaalde, welomschreven omstandigheden”,en indien de afwijking
“naar behoren gerechtvaardigd”is. Zie art. 23 lid 2 van Pro de richtlijn: [30]
alternatiefkan zijn voor tussentijdse beëindiging op de voet van artikel 350 Fw Pro, of voor beëindiging aan het eind van de looptijd zonder toekenning van een schone lei. [31] Zo vermeldt de memorie van toelichting: [32]
compensatievoor de schuldeisers besloten ligt: [35]
op voorhand(dat wil zeggen bij aanvang dan wel op een moment tijdens de looptijd van de schuldsanering) gecompenseerd voor een lagere afdrachtverplichting van de schuldenaar, door een langere looptijd van de schuldsaneringsregeling op te leggen. [37] Dit is dus een andere situatie dan die waarin de schuldsaneringsregeling aan het einde van de looptijd wordt verlengd wegens een
tekortkomingvan de schuldenaar. Daar is de ratio van de verlenging duidelijk een andere dan
compensatie,nu die verlenging uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt om de geconstateerde gebreken te
herstellen.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
herstellenvan tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien (zie onder 3.11). [38]
“bepaalde, welomschreven omstandigheden”,en indien de afwijking
“naar behoren gerechtvaardigd”(zie onder 3.23).
alleverplichtingen van toepassing zijn die ook tijdens de reguliere termijn hebben gegolden. De rechter moet hier maatwerk leveren. De verplichtingen die gedurende de verlenging van de looptijd gelden, moeten bovendien zijn afgestemd op de tekortkoming die aan het verlenen van een schone lei in de weg staat.
“compensatie voor de omstandigheid dat de schuldenaar zich in de reguliere looptijd van de schuldsanering niet aan alle verplichtingen heeft gehouden.”Het hof heeft echter niet toegelicht met het oog op welke specifieke verplichtingen, een verlenging van de schuldsaneringsregeling na het inlopen van de boedelachterstand gerechtvaardigd zou zijn.
nietmiskend zou hebben, kan een bespreking van onderdeel 2 achterwege blijven.