Conclusie
verweerder in cassatie,
[verzoekster]en verweerder als
de Staatdan wel als
de rechtbank Noord-Holland.
1.Inleiding en samenvatting
de RvdR) een verzoek om inzage in haar persoonsgegevens ingediend. De rechtbank Noord-Holland heeft haar een overzicht van haar persoonsgegevens verstrekt. Het verzoek om inzage is alleen geweigerd voor zover dat betrekking had op een adviesaanvraag van de rechtbank Noord-Holland aan de RvdR in verband met het arbeidsgeschil en het advies van de RvdR.
UAVG). [2] De rechtbank Rotterdam heeft dat verzoek afgewezen. Het hof Den Haag heeft de door de rechtbank gegeven beschikking bekrachtigd. [3] Niet in geschil is dat er een grondslag was voor de verwerking van persoonsgegevens van [verzoekster] .
2.Feiten
Formulier privacyverzoek” heeft [verzoekster] de RvdR verzocht om inzage in haar persoonsgegevens. Tevens heeft [verzoekster] bezwaar gemaakt tegen de verwerking van haar persoonsgegevens. De RvdR heeft de brief met genoemd formulier doorgestuurd naar de rechtbank Noord-Holland.
Correctie, aanvulling, (niet) verwijderen van persoonsgegevens
3.Procesverloop
de rechtbank).
het hof). [verzoekster] heeft verzocht haar verzoeken – met uitzondering van het verzoek aan de rechtbank onder I, sub 12, dat zij heeft ingetrokken – alsnog toe te wijzen en de rechtbank Noord-Holland te veroordelen in de kosten van beide instanties.
4.Juridisch kader: recht op inzage in persoonsgegevens
Handvest) bepaalt:
Richtlijn 95/46) als de Wet bescherming persoonsgegevens [12] (hierna:
Wbp) vervangen. De AVG werkt rechtstreeks en is dus niet in nationaal recht omgezet. De AVG vraagt wel op onderdelen om een uitwerking op nationaal niveau. Daartoe is de UAVG vastgesteld. [13]
(…)”
HvJ) heeft in de zaak
Nowakmet betrekking tot Richtlijn 95/46 overwogen dat dit begrip
Nowak-arrest (punt 35) vervuld als die informatie wegens haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een persoon. [20] Een persoonsgegeven is aldus ieder gegeven dat direct of indirect herleidbaar is tot een natuurlijke persoon. [21] Om te bepalen of een natuurlijke persoon identificeerbaar is, moet volgens overweging 26 van de AVG rekening worden gehouden met alle middelen waarvan redelijkerwijs valt te verwachten dat zij worden gebruikt door de verwerkingsverantwoordelijke of door een andere persoon om de natuurlijke persoon direct of indirect te identificeren. Het begrip ‘persoonsgegevens’ omvat daarom niet alleen de verzamelde en bewaarde gegevens, maar ook de daarmee gegenereerde informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare persoon. [22]
verwerkte persoonsgegevensen niet op
de verwerking vanpersoonsgegevens.
Guidelines) merkt de European Data Protection Board (afgekort:
EDPB) op dat bij de reikwijdte van het recht op inzage een contextuele beoordeling op zijn plaats is, en geeft daarbij een niet-limitatieve opsomming van soorten gegevens waarin (in beginsel) inzage moet worden verstrekt. [25]
Example 16: Elements that have been used to reach a decision about e.g. employee’s promotion, pay rise or new job assignment (e.g. annual performance reviews, training requests, disciplinary records, ranking, career potential) are personal data relating to that employee. Thus such elements can be accessed by the data subject on request and respecting Art. 15(4) GDPR in case personal data for example, also relate to another individual (e.g. the identity or elements revealing the identity of another employee whose testimony about the professional performance is included in an annual performance review may be subject to limitations under Art. 15(4) GDPR and hence it is possible that they cannot be communicated to the data subject in order to protect the rights and freedoms of said employee). Nevertheless, national labour law provisions may apply for instance regarding the access to personnel files by employees or other national provisions such as those concerning professional secrecy. (…).”
F.F./Österreichische Datenschutzbehörde en CRIF [28] was de vraag aan de orde of het recht op een kopie van persoonsgegevens impliceert dat aan de betrokkene ook een kopie moet worden verstrekt van uittreksels uit documenten of zelfs van volledige documenten of databankuittreksels die deze gegevens bevatten. Het Hof oordeelde:
AP), de nationale toezichthouder, waar over het verstrekken van een kopie het volgende wordt vermeld: [29]
i) de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen;”
rekening houdt. Het ‘lijstje’ is dus het zelfde, maar de betekenis die daaraan wordt gegeven niet helemaal. De wetgever achtte deze structuur evenwel noodzakelijk omdat in hoge mate onvoorzienbaar is in welke gevallen, en ten aanzien van welke gegevens, het noodzakelijk is om af te wijken van de rechten van betrokkene.
FT/DW [35] moeten oordelen over art. 23 lid Pro 1, onder i, AVG. Het ging in die zaak weliswaar slechts over de vraag of kosten in rekening mochten worden gebracht voor het verstrekken van een kopie van het medisch dossier, maar de overwegingen geven wel inzicht in de uitleg van art. 23 lid Pro 1, onder i). Het Hof overweegt namelijk dat op grond van die bepaling uitsluitend overwegingen die met name verband houden met de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen een beperking van dit recht rechtvaardigen, voor zover een dergelijke beperking de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden onverlet laat en een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter waarborging van die bescherming. Economische belangen van medische behandelaars vallen hier niet onder, aldus het HvJ. [36]
gelet op het recht van het ziekenhuis en diens aansprakelijkheidsverzekeraar op standpuntbepaling en voorbereiding van de verdediging in vrijheid en beslotenheid”. [38] Het antwoord op die vraag zal volgens A-G Hartlief doorgaans bevestigend zijn (zie onder 6.34 van die conclusie).
5.Bespreking van het middel
verwerkingener hebben plaatsgevonden. Zo is het onduidelijk welke documenten onder de betreffende categorieën moeten worden geplaatst, omdat datum van binnenkomst, datum van verwerking, omschrijving van het document, afzender, doorzender, etc. ontbreken. Of de verwerking van persoonsgegevens rechtmatig is geschied, kan met deze summiere informatie niet worden gecontroleerd.
volledigheid van het overzichtdat daarin is gegeven; er zouden meer stukken zijn dan de stukken waarin de rechtbank Noord-Holland inzage heeft gegeven of geweigerd. Ik stel evenwel vast dat het
aangevochten oordeel in rov. 16.2 daaropgeen betrekking heeft.
bijlage A, in zichzelf
,want los van de volledigheid van het overzicht,
niet aan de eisen voldoetdie de AVG daaraan stelt. In eerste aanleg heeft [verzoekster] daarover het volgende naar voren gebracht:
Nu er op verschillende momenten documenten door geïntimeerde zijn verstrekt is duidelijk dat zij haar verantwoordelijkheid als verwerkingsverantwoordelijke niet is nagekomen, waardoor de betrokkene in grote problemen is geraakt bij haar inzage-verzoeken. Wat is er nu wel verwerkt en wat niet?”
verwerkingenvan zijn of haar persoonsgegevens.
vertrouwelijke stukken die inzage geven in (de totstandkoming en inhoud van) de onderhandelingspositievan de rechtbank Noord-Holland in het arbeidsgeschil met [verzoekster] . De rechtbank heeft op grond van art. 6 lid 1 EVRM Pro echter het recht deze inzage te weigeren. Dit wordt als volgt toegelicht.
noodzakelijkdat (het gerechtsbestuur van) de rechtbank Noord-Holland en de RvdR zich vrij voelen
om met elkaar in beslotenheid te overleggenover of en zo ja hoe dit arbeidsgeschil mogelijk zou kunnen worden opgelost. Als de verzochte inzage moet worden verleend doet dit onevenredig afbreuk aan een
ongestoorde gedachtewisseling. Het niet geven van inzage is dus noodzakelijk om deze ongestoorde gedachtewisseling te kunnen waarborgen.
weigering om inzage te verlenen is ook evenredig, omdat omgekeerd de rechtbank Noord-Holland niet het recht heeft op inzage in de totstandkoming en standpuntbepaling aan de zijde van [verzoekster] . Een eenzijdig recht op inzage zou in belangrijke mate afdoen aan het ook door art. 6 lid 1 EVRM Pro beschermde en zwaarwegende beginsel van “
equality of arms” [46] .
rechtvan de rechtbank Noord-Holland om
inzage te weigeren verdient ook bescherming nadat het arbeidsgeschil is opgelost. Immers, anders dienen de rechtbank Noord-Holland en de RvdR er
voorafal rekening mee te houden dat nadien bedoelde inzage moet worden gegeven, wat ook onevenredig afbreuk doet aan een ongestoorde gedachtewisseling.
rechtvan de rechtbank Noord-Holland om
inzage te weigeren dient op grond van art. 23 AVG Pro jo art. 41 lid 1 aanhef Pro en onderdeel i UAVG gerespecteerd te worden, in die zin dat het verzoek van [verzoekster] om inzage op dit punt wordt afgewezen. De tegen het oordeel van de rechtbank door [verzoekster] aangevoerde bezwaren kunnen dan ook niet tot een ander oordeel leiden.”
de rechten en vrijheden van anderen’. Het hof heeft aldus, anders dan subonderdeel II.1 betoogt, onder ogen gezien dat sprake moet zijn van een wettelijke grondslag voor een beperking van het inzagerecht als geregeld in art. 23 AVG Pro in verbinding met art. 41 UAVG Pro.
equality of arms. Het hof heeft art. 6 lid 1 EVRM Pro echter niet als een zelfstandige grondslag voor zijn beslissing genoemd. Het hof heeft zijn beslissing gebaseerd op art. 23. AVG in verbinding met art. 41 UAVG Pro.
mogelijkheiddat op enig moment inzage moet worden verstrekt, de vrije gedachtewisseling al kan beïnvloeden. A-G Hartlief voelt – kennelijk (mede) om die reden – weinig voor de gedachte dat de ‘fase van vrije standpuntbepaling’ op enig moment ten einde komt. [48] Ik ben dat met hem eens en het hof heeft dit in rov. 23.3 ook onderkend. Dat het proces ter beslechting van het arbeidsgeschil in dit geval buiten rechte heeft plaatsgevonden (partijen hebben immers een vaststellingsovereenkomst afgesloten, hangende deze procedure [49] ), doet aan het belang van een ongestoorde gedachtewisseling niet af, ook voor een publieke partij als de rechtbank Noord-Holland.
alleinformatie wordt onthouden. De beperking mag niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is. De betrokkene moet te allen tijde de mogelijkheid hebben tot inzage en vervolgens tot rectificatie en wissing van zijn persoonsgegevens en de verwerking ervan.
zonderdaarbij tevens inzage te geven in de gedachtewisseling, dan wel of het enkel noemen van de beschouwde feiten en omstandigheden een alternatief zou zijn. Het hof acht dat laatste niet het geval. Mij lijkt dat juist. Verder is in dit verband te wijzen op rov. 23.3, waarin het hof zich er rekenschap van heeft gegeven dat het recht om inzage te weigeren ook nog bescherming verdient nadat het arbeidsgeschil is opgelost. Het valt ook niet in te zien dat de in rov. 23.3 en 23.4 gegeven oordelen onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd zouden zijn.
[d]ie overwegingen (…) echter niet ertoe [mogen] leiden dat de betrokkene alle informatie wordt onthouden” (zie ook hiervoor 4.8) dient tegen de hiervoor geschetste achtergrond niet zo te worden begrepen dat inzage in een geheel document niet zou mogen worden geweigerd. Bedoeld is dat wanneer inzage afbreuk doet aan de rechten of vrijheden van anderen, dat niet zonder meer betekent dat betrokkenen op zijn of haar verzoek helemaal geen enkele inzage krijgt.
Subonderdeel II.6klaagt dat het hof miskent dat na het afsluiten van de vaststellingsovereenkomst en dus na de beëindiging van het geschil de rechtbank Noord-Holland elk belang miste om inzage te weigeren.
mogelijkheiddat op later moment inzage daarin moet worden gegeven.
subonderdeel II.9getuigt het van een onjuiste rechtsopvatting, of is althans onbegrijpelijk, dat het ‘
equality of arms’-beginsel een rol zou spelen bij het afbakenen van de omvang van het inzagerecht van betrokkene. Het hof miskent dat beperkingen op het inzagerecht een wettelijke grondslag moeten hebben. Genoemd beginsel heeft geen wettelijke basis in de AVG. Het subonderdeel wijst er verder op dat aan de rechtbank niet een dergelijk verweer toekomt omdat zij geen natuurlijk persoon is. Slechts medewerkers die identificeerbaar zijn in stukken die ter inzage worden gegeven, kunnen beroep doen op de AVG en een beperking inroepen van het inzagerecht, maar ook dan mag het inzagerecht niet volledig worden afgewezen. Wel mogen dan de gegevens worden afgeschermd. [verzoekster] heeft dat ook voorgesteld.
De rechtbank is van oordeel dat de rechtbank Noord-Holland met deze zoekslag voldaan heeft aan het verzoek onder 1). De zoekslag naar de persoonsgegevens van [verzoekster] toont aan dat de rechtbank Noord-Holland als verwerkingsverantwoordelijke voldoende inspanning heeft geleverd in het opsporen van de verwerkte persoonsgegevens van [verzoekster] om te voldoen aan haar inzageverzoek. [verzoekster] betwist niet dat deze wijze van zoekslag van de rechtbank Noord-Holland voldoende is, dan wel breed genoeg is.
persoonsgegevens (…) die de rechtbank Noord-Holland verwerkte op het moment dat zij haar verzoek deed’, onderstreept deze uitleg. Over deze uitleg behelst het middel niet een klacht. Ten overvloede merk ik op dat deze uitleg mij niet onbegrijpelijk voorkomt in het licht van de stellingen van [verzoekster] in hoger beroep. [53]
subonderdelen IV.I en IV.4omdat dat de subonderdelen zijn die zich uitsluitend richten tegen rov. 33. De rov. 37, 39 en 46 die het onderdeel verder bestrijdt, komen aan de orde bij de bespreking van de
subonderdelen IV.2 en IV.3.
de conclusie dat de verplichting categorieën van ontvangers te vermelden automatisch betekent dat dit niet met zich meebrengt om inzage in het verwerkingsregister te geven’.
dat het niet erg moeilijk kan zijn om persoonsgegevens van [verzoekster] uit het verwerkingsregister af te leiden’. Met dit (feitelijke) oordeel, dat in cassatie niet is bestreden, is inzage in het verwerkingsregister van de baan.
isverstrekt, [verzoekster] zich reeds van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. Inzage in het verwerkingsregister zou daar niets aan toevoegen, nog daargelaten dat dit register (in beginsel) geen persoonsgegevens bevat ten het inzagerecht uitsluitend betrekking kan hebben op persoonsgegevens. Dit een en ander betekent dat [verzoekster] niet een inzagerecht toekomt.
met het oog op de uitvoering van verplichtingen en de uitoefening van specifieke rechten van de verwerkingsverantwoordelijke of de betrokkene op het gebied van het arbeidsrecht en het socialezekerheids- en socialebeschermingsrecht, voor zover zulks is toegestaan bij Unierecht of lidstatelijk recht of bij een collectieve overeenkomst op grond van lidstatelijk recht die passende waarborgen voor de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkene biedt’. Deze uitzondering voor gezondheidsgegevens is uitgewerkt in art. 30 lid 1 UAVG Pro.
voldoet aan art. 30 AVG Pro’. [54] In zoverre gaat het subonderdeel uit van een verkeerde lezing en mist het feitelijke grondslag.
In hoger beroep stelt [verzoekster] dat niet duidelijk is of bij deze alert persoonsgegevens zijn verwerkt. In het bevestigende geval valt een alert dan ook onder het inzageverzoek. Het verzoek van [verzoekster] dient aldus te worden opgevat dat ook inzage wordt gegeven in de al dan niet verwerking van persoonsgegevens in de zogenaamde alert.
Er is geen reden om aan te nemen dat er – anders dan de rechtbank Noord-Holland aanvoert – wel persoonsgegevens zijn verwerkt in de alert. Door [verzoekster] wordt dit ook niet aannemelijk gemaakt.”
De rechtbank Noord-Holland heeft in eerste aanleg aangevoerd dat de aanloop naar de emailwisseling geen persoonsgegevens van [verzoekster] bevat en dat deze emailwisseling in algemene zin gaat over de vraag welke documenten bij een interdepartementale overplaatsing van het P-dossier meegaan naar de nieuwe werkgever en dat dit nuttige HR-informatie betreft. De rechtbank heeft geoordeeld dat [verzoekster] onvoldoende heeft gesteld dat er in deze emailwisseling persoonsgegevens van haar worden verwerkt en dat het op de weg van [verzoekster] lag om nader te motiveren hoe de emailwisseling naar haar te herleiden is en welke persoonsgegevens daarin zouden kunnen zijn opgenomen.
Volgens [verzoekster] valt niet uit te sluiten dat in relatie tot andere emails zij toch identificeerbaar is, in welk geval zij recht op inzage daarin heeft. Deze zeer algemene stelling zonder concrete onderbouwing is echter onvoldoende om te kunnen aannemen dat er in dit kader wel persoonsgegevens van [verzoekster] zijn verwerktdoor de rechtbank Noord-Holland en dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. (…)”
op de verwerking van persoonsgegevens voor het verstrekken van die gegevens, waaruit kan volgen welke gegevens concreet zijn verwerkt’. Mij is niet zonder meer duidelijk wat het middel nu precies bedoelt.
de Afdeling) het uitgangspunt geldt dat, wanneer een bestuursorgaan meedeelt dat na onderzoek is gebleken dat er niet meer persoonsgegevens zijn dan de gevraagde gegevens die zijn verstrekt én die mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan de betrokkene is om aannemelijk te maken dat er meer persoonsgegevens moeten zijn. [57] De bestreden overwegingen van het hof (rov. 33, tweede en derde volzin, rov. 37 en rov. 46) zijn met dit uitgangspunt in lijn.
onder (i)genoemde e-mail van de P&O-adviseur merk ik op dat de e-mail van de belangenbehartiger van [verzoekster] die daarmee werd doorgestuurd, buiten het bereik van het inzageverzoek viel omdat [verzoekster] zelf in de cc was opgenomen. De rechtbank Noord-Holland heeft voorts in hoger beroep aangevoerd dat de eerstgenoemde e-mail van de P&O-adviseur destijds, net als andere stukken die niet in het personeelsdossier thuishoren, is verwijderd, zodat daar ook geen inzage in had
kunnenworden gegeven. [59]
onder (ii)genoemde e-mail is erop te wijzen dat [verzoekster] daar zelf de geadresseerde van was, terwijl de in die mail genoemde documenten die na 1 januari 2021 in het personeelsdossier in P-Direkt waren geplaatst, in de loop van de procedure alsnog aan [verzoekster] zijn toegezonden. [60]
Correspondentie en interne communicatie over [verzoekster] ’het volgende heeft overwogen: