ECLI:NL:PHR:2024:432

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2024
Publicatiedatum
15 april 2024
Zaaknummer
23/02775
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 445 SvArt. 6:6:7 SvArt. 6:6:25 SvArt. 85 FWArt. 5 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beschikking tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissing

De veroordeelde stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep tegen een tenuitvoerleggingsbeschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het Wetboek van Strafvordering geen rechtsmiddel openstelt tegen de onderhavige beschikking.

De conclusie verwijst naar artikel 445 Sv Pro en de bepalingen in Hoofdstuk 6 van Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering, waaruit blijkt dat tegen beslissingen over tenuitvoerlegging geen beroep in cassatie openstaat, tenzij uitdrukkelijk bepaald. Het aangehaalde arrest HR 22 januari 2021 over faillissementsgijzeling is niet van toepassing omdat het daar ging om schorsing van inbewaringstelling en faillissementsgijzeling een andere rechtsgang kent.

Ook het beroep op artikel 5 EVRM Pro faalt omdat deze bepaling niet vereist dat tegen een rechterlijke beslissing die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft, een rechtsmiddel openstaat. De conclusie is dat de veroordeelde niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag voor beroep tegen de beschikking over tenuitvoerlegging.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/02775 B
Zitting26 maart 2024

CONCLUSIE

A.E. Harteveld
In de zaak
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de veroordeelde
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 4 juli 2023 de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 oktober 2022.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de veroordeelde en R.W. Koevoets, advocaat te Hoek, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Ingevolge artikel 445 Sv Pro staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Uit artikel 6:6:7 Sv Pro volgt dat een rechterlijke beslissing over de tenuitvoerlegging, waarvan in dit geval sprake is, niet aan enig gewoon rechtsmiddel is onderworpen voor zover in Hoofdstuk 6 van Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering niet anders is bepaald. Nu in dat Hoofdstuk geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige – gebaseerd op art. 6.6.25 Sv - beroep in cassatie openstaat, kan de veroordeelde in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.
Nu wordt in de schriftuur nog wel een beroep gedaan op HR 22 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:102, waarin de Hoge Raad in verband met art. 5 EVRM Pro anders zou hebben geoordeeld met betrekking tot faillissementsgijzeling. Daarbij wordt echter miskend dat het in dat arrest gaat om de – niet rechtstreeks in de wet voorziene – schorsing van de inbewaringstelling. Dat tegen de faillissementsgijzeling zelve – na hoger beroep - cassatieberoep openstaat vloeit voort uit art. 85 FW Pro, aldus de Hoge Raad in HR 25 juni 1976, ECLI:NL:HR:1976:AC5756, NJ 1977, 495. In het strafprocesrecht geldt echter ‘gewoon’ het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Het beroep op art. 5 EVRM Pro slaagt evenmin, aangezien die bepaling niet de eis bevat dat tegen een rechterlijke beslissing waaruit vrijheidsbeneming voortvloeit een rechtsmiddel openstaat.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG