ECLI:NL:PHR:2024:432
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beschikking tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissing
De veroordeelde stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep tegen een tenuitvoerleggingsbeschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het Wetboek van Strafvordering geen rechtsmiddel openstelt tegen de onderhavige beschikking.
De conclusie verwijst naar artikel 445 Sv Pro en de bepalingen in Hoofdstuk 6 van Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering, waaruit blijkt dat tegen beslissingen over tenuitvoerlegging geen beroep in cassatie openstaat, tenzij uitdrukkelijk bepaald. Het aangehaalde arrest HR 22 januari 2021 over faillissementsgijzeling is niet van toepassing omdat het daar ging om schorsing van inbewaringstelling en faillissementsgijzeling een andere rechtsgang kent.
Ook het beroep op artikel 5 EVRM Pro faalt omdat deze bepaling niet vereist dat tegen een rechterlijke beslissing die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft, een rechtsmiddel openstaat. De conclusie is dat de veroordeelde niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag voor beroep tegen de beschikking over tenuitvoerlegging.