- Een Informatiestaat SKDB-persoon van 11 mei 2021, die de volgende informatie bevat: de betrokkene is niet-ingezetene (Vertrokken Onbekend Waarheen), hij heeft met ingang van 28 augustus 2020 als BRP-adres het adres [b-straat 1] , [postcode] te [plaats] en dat is tevens zijn laatst opgegeven woon- of verblijfplaats (datum registratie: 30 december 2020), en de betrokkene is niet gedetineerd;
- Oproepingen van betrokkene in hoger beroep (art. 36e W.v.Sr.) om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep van 8 juli 2021, waarop als adres is vermeld ‘Thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande’ respectievelijk ‘ [b-straat 1] , [postcode] [plaats] ’;
- Een akte van uitreiking waarin de betrokkene als geadresseerde is vermeld, met als adres ‘Thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande’, die inhoudt dat de oproeping op 11 mei 2021 is uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie omdat de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde niet bekend is;
- Een akte van uitreiking waarin de betrokkene als geadresseerde is vermeld, met het adres [b-straat 1] , [postcode] te [plaats] , die inhoudt dat op 19 mei 2021 gepoogd is de oproeping uit te reiken op dat adres, doch dat de oproeping niet is uitgereikt omdat geadresseerde niet (meer) op het vermelde adres woont;
- Een akte van uitreiking die inhoudt dat de oproeping gericht aan de betrokkene, met het adres [b-straat 1] , [postcode] te [plaats] , op 27 mei 2021 is uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie en dat een afschrift is verzonden naar het op de akte vermelde adres;
- Twee aan de raadsman van de betrokkene – op het adres Postbus 797, 7400 AT te Deventer – geadresseerde stukken met het opschrift ‘Oproeping van veroordeelde in hoger beroep (art. 36e W.v.Sr.)’ van 11 mei 2021 (vermeldend respectievelijk dat de betrokkene thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande is en het adres [b-straat 1] , [postcode] te [plaats] ), die onder meer inhouden dat op 8 juli 2021 de veroordeelde tegenwoordig moet zijn bij de behandeling in hoger beroep van de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.