ECLI:NL:PHR:2024:452
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid cassatieberoep ondanks verstek in hoger beroep
De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld wegens overtreding van de Opiumwet en diefstal. In hoger beroep verscheen hij niet, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hem niet-ontvankelijk verklaarde. De verdachte stelde cassatieberoep in met één middel dat betoogde dat het hof ten onrechte verstek had verleend zonder ondubbelzinnige afstand van het aanwezigheidsrecht en zonder te onderzoeken of aan de voorwaarden van Richtlijn (EU) 2016/343 was voldaan.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bespreekt uitgebreid het procesverloop, de betekening van dagvaardingen, en de toepassing van de Europese richtlijn die het recht op aanwezigheid bij de terechtzitting regelt. De Hoge Raad overweegt dat het cassatieberoep ontvankelijk is omdat niet is komen vast te staan dat het beroep niet binnen de termijn was ingesteld.
Verder wordt geoordeeld dat het hof terecht verstek heeft verleend, omdat de verdachte en zijn raadsman tijdig waren opgeroepen, de verdachte zich niet bereikbaar hield voor zijn raadsman, en de raadsman niet gemachtigd was om te verschijnen. De richtlijn laat processen in afwezigheid toe onder voorwaarden die hier zijn nageleefd. Het middel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ontvankelijk verklaard maar het middel faalt, waardoor het bestreden arrest in stand blijft.