Conclusie
Nummer22/01493
Inleiding
Het middel
Strafbaarheid van de verdachte
volledigeontoerekeningsvatbaarheid van de verdachte geen sprake is en ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die tot een andersluidend oordeel aanleiding zou kunnen geven, is de verdachte strafbaar ter zake van de bewezen verklaarde feiten.”
.Deze uitgangspunten zijn ook van toepassing ten aanzien van de psychische stoornis als bedoeld in artikel 39 Sr Pro.
Stoornis en strafuitsluiting. Op zoek naar een toetsingskader voor ontoerekenbaarheid’. In zijn dissertatie komt Bijlsma – in lijn met het latere arrest van de Hoge Raad – tot de conclusie dat ontoerekenbaarheid moet worden aangenomen als de verdachte als gevolg van een stoornis niet kon begrijpen dat het feit wederrechtelijk was, óf onvoldoende in staat was overeenstemming met zijn begrip van de wederrechtelijkheid van het feit te handelen. [4]