ECLI:NL:HR:2008:BC3797
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toerekening strafbare feiten ondanks cannabisgeïnduceerde psychose
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die in hoger beroep was veroordeeld voor poging tot diefstal met geweld, vernieling en mishandeling. De verdediging voerde aan dat de verdachte handelde vanuit een acute psychose veroorzaakt door cannabisgebruik, waardoor hij niet toerekeningsvatbaar zou zijn.
Het hof had vastgesteld dat de verdachte een regelmatige gebruiker van cannabis was en wist dat het middel zijn psychische toestand beïnvloedt. Hoewel een psychose geen algemeen bekend gevolg is van cannabisgebruik, oordeelde het hof dat de psychose aan de verdachte zelf te wijten was en hij de risico's van zijn handelen had aanvaard. Hierdoor werden de feiten aan hem toegerekend en werd hij strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden, zij het in sterk verminderde mate.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, stellende dat de eisen van de verdediging geen steun vinden in het recht. Daarnaast verduidelijkte de Hoge Raad dat betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer de betalingsverplichting vervult. De strafrechtelijke veroordeling, inclusief een gevangenisstraf van acht maanden waarvan vier voorwaardelijk, bleef in stand.
Uitkomst: De verdachte blijft strafrechtelijk toerekeningsvatbaar ondanks cannabisgeïnduceerde psychose en wordt veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk.