ECLI:NL:PHR:2024:481

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2024
Publicatiedatum
29 april 2024
Zaaknummer
22/01382
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn na verstekarrest

Het gerechtshof Den Haag heeft bij verstek op 28 februari 2022 een arrest gewezen waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene werd vastgesteld op €37.000 en dit bedrag aan de staat werd opgelegd ter ontneming.

Betrokkene werd op 16 maart 2022 per post geïnformeerd over het verstekarrest. Hoewel betrokkene zijn wens tot het instellen van cassatie kenbaar maakte, werd het cassatieberoep pas op 14 april 2022 ingesteld, wat buiten de wettelijke termijn van veertien dagen na bekendwording van het arrest valt.

Op grond van artikel 432 lid 2 Sv Pro is het cassatieberoep daarom niet ontvankelijk. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het cassatieberoep.

De zaak betreft tevens samenhang met een strafzaak (nummer 22/01381) waarin een parallelle conclusie is uitgebracht. De termijnregel uit artikel 432 Sv Pro is hier van toepassing omdat betrokkene niet persoonlijk is betekend en niet op de terechtzitting is verschenen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn van veertien dagen na bekendwording van het verstekarrest.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/01382 P
Zitting28 mei 2024

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene ] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de betrokkene
1. Het gerechtshof Den Haag heeft het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel bij arrest van 28 februari 2022 vastgesteld op een bedrag van € 37.000,00 en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 22/01381 (de strafzaak tegen de betrokkene). In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. O.J. Much, advocaat te Rotterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
4. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Het hof heeft op 28 februari 2022 bij verstek arrest gewezen. Op 16 maart 2022 is via de post een verstekmededeling verzonden aan de verdachte. De betrokkene heeft zijn wens om cassatieberoep in te stellen kenbaar gemaakt door middel van een brief. Op die brief staat “
25.03.22” als datum vermeld. Hieruit maak ik op dat het verstekarrest de betrokkene (in ieder geval) op 25 maart 2022 bekend was. Het beroep in cassatie is echter pas op 14 april namens de betrokkene ingesteld. [1] Derhalve is het cassatieberoep niet ingesteld binnen veertien dagen nadat de betrokkene met het arrest bekend werd. [2] Op grond van artikel 432 lid 2 Sv Pro kan de betrokkene daarom niet in zijn beroep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Door [betrokkene 1] (in persoon), aan wie de verdachte daartoe een (ongedateerde) bijzondere schriftelijke volmacht heeft verleend.
2.Artikel 432 Sv Pro bevat de termijnen voor het instellen van cassatieberoep. De hoofdregel is neergelegd in het eerste lid van het artikel en luidt dat cassatie in principe binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof moet worden ingesteld. Deze regel vindt in onderhavige zaak geen toepassing omdat de dagvaarding niet in persoon is betekend en de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen. Bovendien blijkt niet dat de verdachte eerder op een andere manier bekend is geworden met de dag van de terechtzitting. Op grond van het tweede lid van artikel 432 Sv Pro is daarom bepalend of cassatie is ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat het arrest de verdachte bekend is.