Conclusie
Nummer22/01514
Inleiding
“van het plegen van witwassen een gewoonte maken”veroordeeld tot een gevangenisstraf van 52 maanden, met aftrek van voorarrest. Bovendien heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van in beslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, een en ander zoals in het arrest vermeld.
De bewezenverklaring en de bewijsvoering
"1e gedachtestreepje
Het beoordelingskader van witwassen: het vermengingsprobleem
NJ2011/44 m.nt. Keijzer, waarnaar ook de stellers van het middel in hun cassatieschriftuur verwijzen, het volgende overwogen (onderstrepingen mijnerzijds):
3.5.1. Uit deze wetsgeschiedenis moet als bedoeling van de wetgever worden afgeleid dat deze het met het oog op een effectieve bestrijding van het witwassen noodzakelijk achtte om niet alleen voorwerpen onder het bereik van de witwasbepalingen te brengen die onmiddellijk of middellijk van misdrijf afkomstig zijn, maar ook voorwerpen die gedeeltelijk van misdrijf afkomstig zijn. Daarbij is erop gewezen dat het ruime toepassingsbereik dat aldus aan de witwasbepalingen is gegeven, in het bijzonder ertoe strekt het witwassen ook in zijn latere fasen te kunnen treffen.
De bespreking van het middel
“in de periode van 1 januari 2013 tot en met 5 juni 2015 onder meer (…) een woning in Spanje en/of geldbedragen heeft verworven (…) terwijl hij, verdachte, wist dat voornoemde voorwerpen en geldbedragen (geheel ofgedeeltelijk) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren (…)”(onderstreping mijnerzijds).
kan het” naar het oordeel van het hof “
niet anders zijn dan dat de bewezen verklaarde vermogensbestanddelen onmiddellijk of middellijk van enig misdrijf afkomstig zijn”.
gedeeltelijk” – afkomstig was uit misdrijf. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is bovendien toereikend gemotiveerd. Anders dan de stellers van het middel voorstaan, doet hieraan niet af dat de aanschaf van deze woning grotendeels met een hypothecaire lening is gefinancierd. Naar het mij voorkomt vloeit uit de onder randnummer 9 geciteerde rechtspraak van de Hoge Raad immers voort dat ook indien een gering geldbedrag met een criminele herkomst wordt vermengd met een groot op legale wijze verkregen geldbedrag, dit tot gevolg
kanhebben dat het totale geldbedrag wordt aangemerkt als
gedeeltelijkuit misdrijf afkomstig. [5] Onder de door het hof vastgestelde omstandigheden (opgesomd onder randnummer 11) heeft het hof
kunnenoordelen dat deze toestand zich in deze zaak heeft voorgedaan. Het gaat hier in de kennelijke opvatting van het hof allerminst om “
in wezen niet-strafwaardige gedragingen”. Verder reikt de toets in cassatie niet.