ECLI:NL:HR:2010:BN0578
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing witwasbepalingen bij vermenging legaal en crimineel vermogen
De Hoge Raad heeft op 23 november 2010 het cassatieberoep verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor schuldwitwassen. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte tussen 24 december 2002 en 30 januari 2006 een bedrag van € 1.200.000,- had ontvangen en voorhanden had, terwijl zij redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf.
Centraal in de zaak stond de uitleg van de witwasbepalingen in de artikelen 420bis en 420quater Sr, met name de toepassing op vermogen dat gedeeltelijk of middellijk van misdrijf afkomstig is. De Hoge Raad bevestigde dat ook in situaties waarin crimineel geld is vermengd met legaal vermogen, het gehele vermogen als 'besmet' kan worden aangemerkt, mits het criminele deel substantieel is. In deze zaak was vastgesteld dat ruim drie miljoen gulden van drugsmisdrijven afkomstig was en vermengd met het vermogen van [GGG] B.V., waardoor het gehele vermogen als gedeeltelijk van misdrijf afkomstig moest worden beschouwd.
De Hoge Raad oordeelde dat de verdachte, gelet op haar kennis van de criminele reputatie van betrokkenen en haar nalatigheid om onderzoek te doen naar de herkomst van het geld, redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit misdrijf afkomstig was. Het beroep faalde, mede omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en de bewezenverklaring niet onbegrijpelijk was.
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de witwaswetgeving en benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij transacties met mogelijk crimineel geld, ook wanneer sprake is van vermenging met legaal vermogen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor schuldwitwassen bevestigd.