Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
De rechtbank heeft de vordering afgewezen, maar het hof heeft de vordering toegewezen voor zover het gaat om het besluit om ook de procedure in hoger beroep van de rechter te financieren. De cassatieklachten die de Staat tegen de beslissing van het hof aanvoert kunnen m.i. niet slagen
2.Feiten
Namens de betrokken rechter is, na daartoe strekkend advies van de Landsadvocaat, een procedure aanhangig gemaakt tegen een journalist, diens uitgever en de bron van de journalist.
De bron, een advocaat en procureur, had aantijgingen geuit van ernstige aard die het aanzien van de rechter, het ambt en de rechterlijke macht schaadden. De journalist heeft op geen enkele manier geprobeerd de juistheid van die aantijgingen te verifiëren of zelfs maar de betrokkene of het betrokken gerecht de gelegenheid gegeven zich uit te spreken over (de onjuistheid van) de aantijging.
3.Het procesverloop
fair trialen
equality of arms.Zonder de financiële steun die de rechter door de Staat en de Raad voor de rechtspraak is geboden, had de rechter nooit zo lang door kunnen gaan met zijn juridische strijd tegen de journalist en de advocaat.
4.Bespreking van het cassatiemiddel in het principaal cassatieberoep
Onderdeel 1
onderdeel 1.1voert de Staat aan dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door te beslissen dat onvoldoende is gebleken dat het besluit van de Staat om de kosten van het hoger beroep van de rechter te betalen, een algemeen belang diende. Door de journalist is namelijk niet gegriefd tegen de beslissing van de rechtbank in rov. 4.11 dat het besluit van de Staat om de proceskosten te vergoeden (mede) een algemeen belang diende.
onderdeel 1.3aangevoerd.
dathet betalen van de proceskosten van de rechter door de Staat in dit concrete geval
inderdaadhet algemeen belang diende. De strekking van de overweging is slechts dat de Staat zich bij zijn besluit om de proceskosten te vergoeden, (mede) heeft laten leiden door het – in zijn perceptie – betrokken algemene belang (zoals de Staat, naar ik hoop, zich bij élk besluit mede laat leiden door het algemeen belang).
advocaat. [18] Deze grieven kunnen redelijkerwijs niet anders worden begrepen, dan dat daarmee in wezen wordt betoogd dat de beslissing van de Staat om de procedurekosten van de rechter te financieren in dit concrete geval juist níet het algemeen belang diende.
onderdeel 1.4is het hof ook buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden door in rov. 6.4.9 te overwegen dat voor het oordeel dat de Staat in redelijkheid niet kon beslissen om het hoger beroep te bekostigen, de in de opsommingstekens genoemde omstandigheden van belang zijn. Op deze omstandigheden is in de memorie van grieven namelijk geen beroep gedaan. Als het hof heeft gemeend dat de journalist in de memorie van grieven wel een beroep heeft gedaan op de bedoelde omstandigheden, dan is die uitleg onjuist en/of onbegrijpelijk.
2010) blijkt dat de Raad voor de rechtspraak dit besluit ook zo heeft genomen;
Evenmin kan worden gezegd dat de uitspraak in eerste aanleg van de rechtbank te Rotterdam zonder meer had moeten leiden tot een andere beslissing van de Staat omtrent de kosten verband houdend met het hoger beroep.”
van meet af aanonrechtmatig heeft gehandeld jegens hem en niet pas vanaf het besluit om het hoger beroep van de rechter te financieren. Hiermee is ook gegeven waarom de klachten uit het tweede onderdeel niet kunnen slagen: het hof doet in feite niets anders dan ‘het mindere’ toewijzen, waar ‘het meerdere’ is gevorderd. Dat heeft niets te maken met overschrijden van de grenzen van de rechtsstrijd.