Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
mr. J.P. Heering,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
Deze komen op het volgende neer.
“ [eiser] heeft nimmer met advocaten gebeld in verband met de voormelde procedures”. Door deze, in de woorden van [verweerder] , “kardinale en essentiële onwaarheid” als basis voor zijn vordering te nemen, heeft [eiser] misbruik van procesrecht gemaakt en onrechtmatig gehandeld jegens [verweerder] . [verweerder] vordert bovendien schadevergoeding, waarbij hij zijn schade begroot op € 4.421.995,--.
per saldo weggezet als leugenaar. [verweerder] zag zich geconfronteerd met het feit dat hij door een rechter werd gedagvaard en dat hij daarnaast ook het gerechtsbestuur van de Haagse rechtbank en de Raad voor de rechtspraak (en daarmee de Staat) tegenover zich vond. Dat hij er in die omstandigheden voor heeft gekozen om niet reeds een rechtsvordering tot vergoeding van schade tegen [eiser] in te stellen en evenmin een aansprakelijkheidsstelling (een stuiting) uit te brengen (hetgeen beide tot verdere escalatie van het conflict zou leiden), is in dit uitzonderlijke geval niet alleen begrijpelijk maar ook rechtens relevant, in die zin dat in dit uitzonderlijke geval van [verweerder] niet redelijkerwijs mocht worden verwacht dat hij eerder een vordering instelde dan wel een stuitingsbrief deed uitgaan.