ECLI:NL:PHR:2024:548

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
16 mei 2024
Zaaknummer
22/04206
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 312 SrArt. 36f SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieverwerping medeplegen poging diefstal met geweld met dodelijke afloop

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot drie jaar en drie maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot diefstal met geweld, waarbij een slachtoffer overleed na een schietincident in een woning op 13 juli 2016. Het hof baseerde zijn oordeel op uitgebreide bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen, camerabeelden, telefoon- en locatiegegevens, en het feit dat de verdachte deel uitmaakte van een groep die gezamenlijk naar de plaats delict reisde en urenlang de woning en omgeving observeerde.

De verdediging voerde in hoger beroep aan dat niet kon worden vastgesteld hoeveel personen daadwerkelijk in de woning waren, wie het schot had gelost, en dat de verdachte geen actieve rol had in de uitvoering van het delict. Ook ontbraken forensische sporen die de aanwezigheid van de verdachte in de woning bevestigden. De verdediging stelde dat de verdachte slechts in de buurt was geweest en dat er onvoldoende bewijs was voor een nauwe en bewuste samenwerking die vereist is voor medeplegen.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd waarom sprake was van medeplegen, gelet op de nauwe samenwerking, gezamenlijke voorbereiding, aanwezigheid op cruciale momenten en het ontbreken van een aannemelijke ontlastende verklaring. Ook was het hof terecht van oordeel dat de verdachte opzet had op het gebruik van geweld, aangezien de indringers bewust de aanmerkelijke kans aanvaardden dat geweld zou worden gebruikt om het bezit van geld of goederen te verzekeren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van poging tot diefstal met geweld met dodelijke afloop. De dood van het slachtoffer is geobjectiveerd en maakt onderdeel uit van het opzetverband zonder dat dit afzonderlijk bewezen hoeft te worden.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van poging tot diefstal met geweld met dodelijke afloop blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/04206
Zitting21 mei 2024
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte
Inleiding
De verdachte is bij arrest van 4 november 2022 door het gerechtshof Den Haag wegens kort gezegd ‘medeplegen van poging tot diefstal met geweld, de dood ten gevolge hebbend’, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren en drie maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft het hof beslissingen genomen op de vorderingen tot schadevergoeding van twee benadeelde partijen en daarbij schadevergoedingsmaatregelen als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
Namens de verdachte hebben R.I. Takens en T.P.A.M. Wouters, beiden advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
De middelen
3. Het
eerste middelklaagt dat ten aanzien van de verdachte niet een bewuste en nauwe samenwerking kan worden vastgesteld, aangezien niet duidelijk is welke intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht de verdachte aan het bewezenverklaarde feit heeft geleverd. Het
tweede middelbevat de klacht dat het hof op gronden die deze beslissing niet kunnen dragen heeft geoordeeld dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat geweld of dreiging met geweld zou worden gebruikt om het bezit van geld en/of goederen te verzekeren. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
Bewezenverklaring en bewijsvoering
4. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“hij op 13 juli 2016 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,
en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen
die anderente plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, heeft/hebben
en/of is/zijn,verdachte en/of zijn mededaders
- de woning van [slachtoffer 1] binnengedrongen, en
- [slachtoffer 2] heeft geslagen, en
- een pistool op [slachtoffer 3] gericht, en de woorden toegevoegd: “geld, geld” en
- met een pistool één kogel in het lichaam van die [slachtoffer 4] heeft afgevuurd, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 4] is overleden.”
5. Deze bewezenverklaring steunt, voor zover hier van belang, op de volgende bewijsmiddelen:

1. Een proces-verbaal d.d. 27 december 2016 van de Forensische Opsporing van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2016229059-32. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Forensisch Dossier deel 1 […] , blz. 40):
De woning aan de [a-straat 1] betreft een vierkamer galerij woning gelegen op de 3e etage van het woon/winkel complex.
2. Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 13 juli 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2016229059-22. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 95-102) :
als de op 13 juli 2016 afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] :
Op 13 juli 2016 was ik bij mijn vriend in zijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats] . Ik lag te slapen. We waren met zijn vijven in huis en toen kwamen er mensen in huis. Ik werd geslagen. Ze vroegen ook steeds om geld.
3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 juli 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 59-70):
als de op 13 juli 2016 afgelegde verklaring van [slachtoffer 3] :
Op 13 juli 2016 was ik in de woning van mijn neef, [slachtoffer 1] . Ik lag te slapen. Rond half vier hoorde ik rumoer. Er zijn meerdere personen die naar binnen zijn gekomen. Ik zag man 1 met het pistool bij de voordeur. De man stond half gebukt bij de voordeur. Toen hij mij opmerkte richtte hij het wapen op mij
Ik ben voor 3 uur in slaap gevallen. Ik denk ongeveer kwart voor 3. Rond half 4 hoorde ik rumoer, want toen wij buiten stonden heb ik nog naar de klok gekeken en dat was 3:35 of 3:36 uur.
4. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 juli 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 39-47):
als de op 13 juli 2016 afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] :
Op 13 juli 2016 was ik thuis aan de [a-straat 1] te [plaats] . We waren met vijf personen in de woning. Ik sliep in de woonkamer. Toen ik wakker werd hoorde ik "dieven, dieven, dieven". Ik zag [slachtoffer 4] (het hof begrijpt: [slachtoffer 4] ) iemand vastpakken. Ze riepen "geld, geld, geld". Ik ben naar het balkon gerend en [slachtoffer 1] kwam achter mij aan. Hij bleef op het balkon staan en zei: 'de bastaard heeft mij geslagen' .
5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 juli 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 88):
als de op 13 juli 2016 afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] :
Weet je of de overvallers iets mee hebben genomen uit de woning?
-Er valt niks mee te nemen. Ik denk niet dat ze wat meegenomen hebben. Ik heb niks gehoord.
6. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 juli 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 162-173):
als de op 16 september 2016 afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] :
Ze stonden in de hal te worstelen tegen [slachtoffer 4] en ze riepen: "geld, geld". [slachtoffer 4] zei: "hij heeft mij geslagen". Ik vroeg hoe hij geslagen was. [slachtoffer 4] zei: "hij heeft mij geschoten".
[…]
9. Het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in het gerechtshof te Den Haag van 8 maart 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:
als de op 8 maart 2021 tegenover deze raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :
Ik ken [betrokkene 2] uit mijn oude buurt. We woonden dicht bij elkaar in [plaats] . Ik ben op 13 juli 2016 in [plaats] geweest. Ik ben met de auto gegaan, volgens mij een grijze Peugeot 207 of 208, ik heb hem gehuurd. Er zijn twee auto’s gegaan van [plaats] naar [plaats] .
10. Het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in het gerechtshof te Den Haag van 2 februari 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:
als de op 2 februari 2021 tegenover deze raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [betrokkene 3] :
Het klopt dat er vier betrokkenen bij deze zaak waren. Er is een situatie ontstaan waar veel mensen bij betrokken waren, er is een schot gelost, er was een conflict. Ik was gevraagd om naar [plaats] te komen. Ik kwam daar, zonder te weten wat er zou gebeuren. Ik ben met de auto naar [plaats] gereden. Ik was in mijn auto en er was nog een andere personenauto. Ik ben gegaan naar de plek die later de plaats delict werd. U houdt mij voor dat op camerabeelden te zien is dat vier mensen een tijd heen en weer lopen in de buurt. We moesten gewoon wachten, het was nog niet het juiste moment om naar binnen te gaan.
11. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2017 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Proces-verbaal O.V.C. dossier, blz. 163-164)
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Het gesprek dat tijdens het bezoek op 29 december 2016 in de Penitentiaire Inrichting […] werd gevoerd werd, na een machtiging door de rechter-commissaris, opgenomen middels een technisch hulpmiddel. Te horen is dat één jongen, [betrokkene 2] , in gesprek gaat met één man, zijn vader en twee vrouwen, zijn zussen.
Opname 09-35-00
(...) ik had een auto gehuurd op m’n naam, bij iemand anders, een Marokkaan, die woonde bij ons op de straat, heeft een autoverhuur(bedrijf). Ook een andere jongen uit mijn buurt,
heeft daar een auto gehuurd. Ik ken die jongen. (...) in die auto van die vriend zat er eh, kun je achterhalen waar is die geweest zeg maar. Als je..
Nnvrouw: GPS.
[betrokkene 2] : kun je via internet achterhalen waar die auto is geweest. Zij hebben gezien dat die auto van hem in [plaats] is geweest. Op die dag was ik in [plaats] .
12. Een proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 9 september 2016 van de politie Eenheid Amsterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 446-451):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Ik, [verbalisant 1] , werkzaam bij Basisteam Haarlemmerweg te Amsterdam, zag een aandachtvestiging van Eenheid Rotterdam waarin videobeelden werden getoond van meerdere personen.
Op de videobeelden herken ik:
[betrokkene 1]
[betrokkene 3]
[betrokkene 2]
Ik ben ambtshalve goed bekend met [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [betrokkene 2] . Alle drie de mannen maken deel uit van een jeugdgroep die bekend staat als de [groep] . Ook vanuit mijn normale surveillance werkzaamheden kom ik [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [betrokkene 2] wekelijks tegen.
Op de camerabeelden [A] VOOR CAM 2 lopen drie personen in beeld. NN1 die als eerste het beeld in komt lopen, herken ik als [betrokkene 3] . NN2 die als tweede het beeld in komt lopen vertoonde grote gelijkenissen met [betrokkene 2] . Ik herkende hem aan zijn uiterlijke kenmerken zoals spitse gelaat. NN3 die als het derde het beeld in komt lopen, herken ik wederom als [betrokkene 1] . Ik herkende de personen onmiddellijk toen ik de videobeelden zag.
13. Een proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 9 september 2016 van de politie Eenheid Amsterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 456-460):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Ik, [verbalisant 2] , werkzaam bij basisteam Haarlemmerweg te Amsterdam, zag een aandachtvestiging van Eenheid Rotterdam, waarin videobeelden werden getoond van meerdere personen, welke betrokken zouden zijn geweest bij een dodelijke schietpartij op de [a-straat] in de nacht van 12 op 13 juli 2016. De personen op de beelden lijken sterk op [betrokkene 3] en [betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] 1993. Ik ken de personen ambtshalve. [betrokkene 2] en [betrokkene 3] maken deel uit van de [groep] . Ik zie ze bijna wekelijks bij ons in de wijk. [betrokkene 2] zie ik normaal wekelijks door de wijk rijden op zijn snorfiets samen met [betrokkene 4] . Ik vind [betrokkene 3] en [betrokkene 2] grote gelijkenissen hebben met de jongens op de videobeelden. Ik herken [betrokkene 2] aan zijn smalle postuur, met een opvallend spits gezicht. [betrokkene 2] draagt ook vaak een petje. Op de beelden van [A] achterkant supermarkt 03:10:58 uur meen ik [betrokkene 2] te herkennen als de manspersoon die voorop loopt met een capuchon en petje op. Op de beelden van [A] voorkant 02:03:53 uur meen ik NN2, die in het midden loopt, te herkennen als zijnde [betrokkene 2] .
14. Een proces-verbaal van bevindingen historische gegevens d.d. 20 oktober 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 640 - 641):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op verzoek van de Eenheid Limburg Noord is de telefoon van [betrokkene 2] tijdens een eerdere aanhouding in Amsterdam op 27 augustus 2016 ter zake van wederspannigheid heimelijk uitgelezen. Hierbij is bekend geworden dat de BlackBerry die [betrokkene 2] tijdens zijn aanhouding bij zich droeg was voorzien van het IMEI nummer [IMEI-nummer] .
Het toestel maakt hoofdzakelijk gebruik van zendmasten in Amsterdam. Tussen 12 juli 2016 20.00 uur en 13 juli 2016 09.00 uur maakt het toestel gebruik van de volgende zendmasten:
uitgaand
ONBEKEND
13-07-2016
00:56:47
7200
19494495676
3567120615842500
[b-straat] [plaats]
uitgaand
ONBEKEND
13-07-2016
02:56:47
7200
19494495676
3567120615842500
[b-straat] [plaats]
De [b-straat] is in de directe omgeving van de [a-straat 1] te [plaats] .
15. Een proces-verbaal van bevindingen [B] voertuigen d.d. 14 september 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 406-408 en 420):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Naar aanleiding van het onderzoek naar de milieucamera’s zijn de twee kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] naar voren gekomen. Beide kentekens staan volgens Rijksdienst voor het Wegverkeer op naam van het autoverhuurbedrijf [B] te Amsterdam. Er zijn diverse gegevens gevorderd bij [B] autoverhuur.
Uit deze gegevens blijkt dat de Peugeot 208 met het kenteken [kenteken 1] van 12 juli 2016 15:40 uur tot en met 13 juli 2016 verhuurd was aan [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] -1992.
Verder blijkt uit de gegevens dat de Renault Clio met het kenteken [kenteken 2] van 12 juli 2016 19:46 uur tot en met 13 juli 2016 verhuurd was aan [betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] 1993.
16. Een proces-verbaal van Onderzoek TomTom pand H d.d. 19 november 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 1611190830.OIG. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 865-869):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 18 oktober 2016 werd bij een doorzoeking van het pand aan de [c-straat 1] , [postcode] [plaats] , bewoond door [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1992, tevens de scooter met kenteken [kenteken 3] op naam van [betrokkene 1] doorzocht. In de ruimte onder het zadel werd een navigatieapparaat van het merk TomTom, type XL aangetroffen.
De gegevens op deze TomTom werden veiliggesteld ten behoeve van nader onderzoek.
Als 13e adres staat het adres [d-straat 1] , [plaats] . Dit adres ligt op 350 meter afstand van het adres waar het schietincident plaatsvond. Op deze locatie zijn meerdere parkeervoorzieningen en op de camerabeelden is te zien dat de vier verdachten voor het schiet incident komen uit de richting van deze locatie en na het schietincident wegrennen in de richting van deze locatie.
Tussen de verwijderde
Journeysstaan onder andere de volgende reisgegevens:
Van de [a-straat] ter hoogte van nummer […] naar de [d-straat 1] .
17 . Een proces-verbaal van bevindingen Track & Trace Peugeot 208 [kenteken 1] d.d. 28 september 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 432-440):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Uit de track & trace gegevens van de Peugeot 208 met kenteken [kenteken 1] in de nacht van 12 juli 2016 op 13 juli 2016 blijkt dat de Peugeot op 13 juli 2016 is afgereisd vanuit [plaats] naar [plaats] .
Uit de track & trace gegevens blijkt dat het voertuig met kenteken [kenteken 1] op 13 juli 2016 om 00:16 uur ter hoogte van de […] reed.
Na de geregistreerde rit in de […] om 00:16 uur is de eerstvolgende geregistreerde rit op de […] in [plaats] om 03:50 uur. Vanaf dit moment is een terugrit te zien naar [plaats] .
18 . Een proces-verbaal van bevindingen milieucamera’ s en Vialis d.d. 7 september 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 398-401):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Zowel de Renault Clio met kenteken [kenteken 2] als de Peugeot 208 met kenteken [kenteken 1] worden op 13 juli 2016 om 00:44:27 uur en om 00:44:23 uur gesignaleerd wanneer zij kort achter elkaar voorbij de milieucamera [plaats] in rijden. Vervolgens zijn de auto's weer een aantal uur uit beeld tot zij voor het eerst weer zeer kort achter elkaar, op 13 juli 2016 om 04:29:04 uur en om 04:29:02 uur, in [plaats] worden waargenomen.
19. Een proces-verbaal van bevindingen camerabeelden m.b.t. viertal d.d. 26 juli 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 326-345):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Ik, verbalisant, heb de beelden bekeken van de camera's in de omgeving van de [a-straat] te [plaats] . Op de beelden van deze camera's valt op dat voor en na de melding van het schietincident, omstreeks 03.45 uur, er vier personen rondlopen in de omgeving van de [a-straat] te [plaats] .
Omstreeks 00:49:19 uur komen er vier donker geklede personen in beeld. Het viertal loopt de [e-straat] af in de richting van het [f-plein] . Omstreeks 00:55:02 komt het viertal teruglopen in de richting van de camera. Omstreeks 00:57:19 uur komen er twee personen het beeld in gelopen vanuit de [g-straat] . Om 00:57:21 komen er nog twee personen in beeld die achter de twee andere mannen aanlopen.
Omstreeks 01:14:11 komt het viertal uit de [d-straat] en loopt in de richting van de [a-straat] . Omstreeks 02:43:43 komen nnman 1 en nnman 2 de [a-straat] in gelopen. Op camera C6002 is even daarvoor te zien dat ze uit de [h-straat] komen lopen. De twee mannen slaan vervolgens linksaf de [i-straat] in. Omstreeks 03:15:00 komen vier mannen vanuit de [i-straat] de [a-straat] ingelopen. Ze lopen naar een gebouw recht tegenover het portiek van de [a-straat 1] en blijven daar op de stoep staan. Omstreeks 03:17:00 rennen drie van de vier personen weg. Omstreeks 03:17:27 rijdt een politiebusje over de [a-straat] .
Nnman 1 nnman 2, nnman 3 en nnman 4 verschijnen voor het eerst in beeld op camera C6006 op de kruising van de [d-straat] met de [e-straat] . Dit is omstreeks 00:49:19 uur. Op precies dezelfde camera zijn nnman 1, nnman 2, nnman 3 en nnman 4 ook voor het laatst in beeld. Dit is omstreeks 03:46:56 uur. De mannen rennen dan uit beeld bij de kruising van de [d-straat] met de [e-straat] . In de tussenliggende periode zijn de mannen zeer regelmatig waar te nemen op diverse camera's in het gebied rond de [a-straat] .
20. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 september 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 353-354):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Binnen het onderzoek werden camerabeelden veiliggesteld en uitgekeken. Op deze camerabeelden was onder meer te zien dat er vier mannen langere tijd rondliepen in de omgeving van de plaats delict. Op basis van de processen-verbaal waarop de camerabeelden beschreven zijn, is een chronologisch overzicht gemaakt van wat er op 13 juli 2016 op de beelden te zien is. Dit overzicht is als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.
01:49:49 [a-straat] : NN2 loopt op de [a-straat] in richting [i-straat] . 01:51:35 [h-straat] : NN2 kijkt meerdere keren naar pand, loopt naar dode hoek, loopt weer richting [h-straat] .
21. Een proces-verbaal van bevindingen NN [verdachte] leidend tot aanhouding d.d. 26 oktober 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 529-530):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 22 september 2016 voerde de verdachte een gesprek met een man genaamd [betrokkene 5] , die zich broer noemde. [betrokkene 5] maakte gebruik van een Marokkaans telefoonnummer. In dit gesprek gaf de verdachte aan dat hij op het punt had gestaan voor een trein te springen omdat hij veel problemen had. Op de vraag van [betrokkene 5] wat voor problemen dit waren vertelde verdachte dat er een incident had plaats gevonden, dat hij met een paar 'boerenzoons' een keer op straat liep, dat 'zij hem vermoord hebben', en dat hij zichzelf en hun op de televisie had gezien.
22. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 december 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 1183-1186):
als de op 29 december 2016 afgelegde verklaring van [betrokkene 6] :
Mij wordt een foto getoond, foto 35. Dat is [verdachte] . Ik weet dat [verdachte] vast zit voor moord. Ik heb hem ook op Opsporing Verzocht gezien. Ik herkende hem van de zijkant.
Opmerking hof: het hof neemt waar dat de als bijlage op blz. 1188 bij dit verhoor gevoegde foto 35 identiek is aan de foto afgebeeld op de ID-staat van verdachte.
23. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 oktober 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 581-586):
als de op 24 oktober 2016 afgelegde verklaring van [betrokkene 7] :
[verdachte] was mijn vriend. (...) Ik kende hem vanaf 2014.
Wij willen jou een filmpje laten zien. Dit is een fragment wat ook te zien is geweest bij Opsporing Verzocht. Het is een kort fragment van een man die voorbij de camera van een geldautomaat loopt.De man die ik nu op het filmpje zie is [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ).
Wij tonen jou ook twee filmpjes afkomstig van de Rabobank in [plaats] , daar zie je vier mannen lopen. Kan je zeggen wie je daarop herkent?
Ja, ik zie [verdachte] weer. Hij loopt linksvoor.
24. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2016 van de politie Eenheid [plaats] met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 1041-1049):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
De resultaten van het onderzoek wijzen uit dat [telefoonnummer 1] om 03:19:03 uur belcontact maakt met [telefoonnummer 2] . Beide nummers bevinden zich op dat moment binnen het bereik van de opgevraagde masten en stralen de [zendmast] aan. Deze zendmast bevindt zich in de nabije omgeving van de plaats delict.
Op grond van de analyse van de mastgegevens blijkt dat dit belcontact zeer waarschijnlijk het gesprek betreft dat om 03:18:42 uur op de camerabeelden is waargenomen.
25. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 november 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] , blz. 836-338):
als de op 12 november 2016 afgelegde verklaring van [betrokkene 7] :
Onder R10 staat het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 2] vermeld. Wat zegt dit jou nu in combinatie met de naam R10.
Ja dat is ook van [verdachte] .
26. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juli 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2016229059-8. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 1-3):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten, zagen dat de [a-straat 1] is gelegen in een woningblok, waarbij de woningen bereikt kunnen worden door een centrale toegangs- dan wel portiekdeur. Wij zagen dat de achterzijde van het woningblok bereikt kon worden middels een weg, het [h-straat] , die achter het woningblok gelegen is. Deze weg is te bereiken via de [i-straat] . Naast de portiekdeur van het woningblok waarin [a-straat 1] zich bevind, was een ruit vernield.
27. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 augustus 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 198-212) :
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 13 juli 2016 vond in een woning aan de [a-straat 1] te [plaats] een schietincident plaats. Door de politiemeldkamer zijn telefoongesprekken met betrekking tot dit incident beluisterd en uitgewerkt.
02:47:31 uur.
M = [a-straat] woon ik
C = in welke straat ziet u dan die verdachte personen?
M = euh, die zitten, je hebt hier die supermarkt “[A]" heb je en daarachter
C = ja, meneer in welke straat is het dan?
M = ja, dat weet ik niet precies uit mijn hoofd, ik dacht de [h-straat]
M = nou, euh, ik woon hier op die [a-straat 3]
M = er is hier ook een raam gebroken. Waardoor je naar binnen kunt komen.
M = ze liepen op de galerij. Het waren drie personen die liepen, die zijn naar beneden gegaan, maar toen ik naar beneden keek toen was er nog een vierde persoon bij.
M = ja, het is een buiten, een buitendinges, hoe heet dat nou? Het is een buitengalerij.
M = ja, het waren ja jonge jongens. Het waren jongens tussen de 18 en 26 in
C = nou, dat zeg ik toch tegen u dat ik een melding heb opgemaakt en dat we even gaan kijken?
03:44:36 uur
Centralist van de politiemeldkamer: [a-straat] komt nu een inbraak heterdaad binnen, melder zegt dat er ergens wordt ingebroken en een hoop gegil te horen, huisnummer niet te horen.
03:47:16 uur, blz. 202
C = politiemeldkamer
M = ja, eh, nogmaals met [betrokkene 8] van de [a-straat] , er is net ingebroken met veel geweld. [betrokkene 8] zegt tegen de centralist: Ja, ze zijn richting Noord allemaal, het zijn 4 jongens.
C = ja
M = (Op de achtergrond bij [betrokkene 8] zegt een NNman 'Jonge jongens') Het zijn jonge jongens tussen de 18 en 26 jaar.
28. Een proces-verbaal van bevindingen [getuige] d.d. 1 augustus 2016 van de politie Eenheid [plaats] met nr. 2016229059. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (Zaaksdossier […] blz. 260 261):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
[getuige] woont in de [i-straat 1] te [plaats] . In het kort verklaarde hij dat hij omstreeks half 4 à 4 uur in het raamkozijn ging zitten om een sigaretje te roken. Toen hij daar zat zag hij dat vier jongens in de leeftijd van 18 a 25 jaar vanuit de galerij via het portiek aan de [i-straat] de straat op kwamen rennen. De jongens liepen vanuit het portiek linksaf de [i-straat] in. Hierna liepen ze de straat rechts in.”
6. Voorts heeft het hof met betrekking tot het bewijs overwogen:
“Op 13 juli 2016 zijn in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] vijf personen aanwezig (hierna: de bewoners). De woning ligt op de derde verdieping van een appartementencomplex. Rond 03.44 uur dringt een aantal mannen de woning binnen. Ze roepen "geld, geld" en er wordt geweld gebruikt tegen de bewoners. Eén van de indringers schiet op één van de bewoners, [slachtoffer 4] . De kogel raakt hem in de buik. Hij overlijdt op het balkon van de woning als gevolg van het door de kogel ontstane letsel. De indringers vluchten zonder geld of goederen.
De medeverdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 3] hebben als getuige bij de raadsheer-commissaris erkend de bewuste nacht in [plaats] te zijn geweest en op enigerlei wijze betrokken te zijn geweest bij dit feit. Er was een afspraak gemaakt in [plaats] . Er moest gewacht worden. Het was nog niet het juiste moment om naar binnen te gaan.
Op 29 december 2016 is in de penitentiaire inrichting (hierna: P.I.) een gesprek opgenomen dat gevoerd werd tussen de medeverdachte [betrokkene 2] , zijn vader en zijn zus.
Dit gesprek is vertaald vanuit het Marokkaans naar het Nederlands.
Dit gesprek houdt onder meer in:
“ik had een auto gehuurd op m'n naam/ bij iemand anders, een Marokkaan, die woonde bij ons op de straat, heeft een autoverhuur (bedrijf). Ook een andere jongen uit mijn buurt, heeft daar een auto gehuurd. Ik ken die jongen. (...) In die auto van die vriend zat er eh, kun je achterhalen waar is die geweest zeg maar. Als je..
Nnvrouw: GPS.
[betrokkene 2] (i.e. medeverdachte [betrokkene 2] ): kun je via internet achterhalen waar die auto is geweest. Zij hebben gezien dat die auto van hem in [plaats] is geweest. Op die dag was ik in [plaats] ... "
Het hof leidt hieruit af dat de medeverdachte [betrokkene 2] in dit gesprek vertelt een auto te hebben gehuurd en dat hij op de dag van het tenlastegelegde feit in [plaats] was. Dat de medeverdachte [betrokkene 2] in [plaats] was, wordt bevestigd door de herkenning van de medeverdachte op camerabeelden door twee Amsterdamse verbalisanten. Voorts straalt een PGP-telefoon welke bij de medeverdachte is aangetroffen bij zijn aanhouding op 27 augustus 2016, een zendmast aan op de [b-straat] te [plaats] om 00.56 uur en 02.56 uur. De [b-straat] bevindt zich in de directe nabijheid van de [a-straat] . Deze laatste bevinding sterkt het hof in de overtuiging dat de medeverdachte [betrokkene 2] in de nacht van 13 juli 2016 in [plaats] is geweest.
Dat de medeverdachte [betrokkene 2] op 12 juli 2016 een auto, te weten een Renault Clio met kenteken [kenteken 2] , heeft gehuurd, blijkt ook uit het daarvan opgemaakte contract.
In de TomTom die bij een doorzoeking in de scooter op naam van de medeverdachte [betrokkene 1] is aangetroffen, staat als 13e adres het adres [d-straat 1] , [plaats] . Dit adres ligt op 350 meter afstand van het adres waar het schietincident plaatsvond. Op deze locatie zijn meerdere parkeervoorzieningen en op de camerabeelden is te zien dat de vier verdachten voor het schietincident komen uit de richting van deze locatie en na het schietincident wegrennen in de richting van deze locatie.
Medeverdachte [betrokkene 1] heeft net als de medeverdachte [betrokkene 2] op dezelfde dag bij hetzelfde bedrijf een Peugeot 208 gehuurd met het kenteken [kenteken 1] . Medeverdachte [betrokkene 1] woonde destijds in dezelfde buurt als de medeverdachte [betrokkene 2] . [betrokkene 1] verklaart als getuige bij de raadsheer-commissaris dat hij op 13 juli 2016 in [plaats] is geweest. Hij is met de auto naar [plaats] gereden. De door [betrokkene 1] gehuurde auto is voorzien van een track en trace-systeem. Uit dit systeem lijkt dat hij in de nacht van 12 juli op 13 juli 2016 is afgereisd naar [plaats] . Vanaf 03.50 uur is een terugrit te zien vanaf de […] in [plaats] naar Amsterdam.
Zowel de Renault Clio met kenteken [kenteken 2] als de Peugeot 208 met kenteken [kenteken 1] worden op 13 juli 2016 om 00:44:27 uur en om 00:44:23 uur gesignaleerd wanneer zij kort achter elkaar voorbij de milieucamera [plaats] in rijden. Vervolgens zijn de auto's weer een aantal uur uit beeld tot zij voor het eerst weer zeer kort achter elkaar, op 13 juli 2016 om 04:29:04 uur en om 04:29:02 uur, op dezelfde plek in Amsterdam worden waargenomen. Het hof leidt hieruit af dat de Renault Clio en de Peugeot 208 samen van Amsterdam naar [plaats] zijn gereden, nabij de [a-straat] hebben geparkeerd en samen terug zijn gereden.
Om 00.49 uur zijn de vier mannen voor het eerst door de camera's nabij de [a-straat] gesignaleerd. Diverse camera's registreren dat vier jonge mannen op 13 juli 2016 een aantal uren rondom de woning aan de [a-straat] lopen en een bijzondere belangstelling lijken te hebben voor een appartement aan de [a-straat] .
De verdachte was naar het oordeel van het hof één van de vier mannen die urenlang rondgelopen hebben rondom het appartement aan de [a-straat] . Het hof leidt dit af uit de navolgende feiten en omstandigheden:
Op 22 september 2016 voerde de verdachte een gesprek met een man genaamd [betrokkene 5] , die zich broer noemde. [betrokkene 5] maakte gebruik van een Marokkaans telefoonnummer. In dit gesprek geeft de verdachte aan dat hij op het punt had gestaan voor een trein te springen omdat hij veel problemen had. Op de vraag van [betrokkene 5] wat voor problemen dit waren vertelt de verdachte dat er een incident had plaats gevonden, dat hij met een paar 'boerenzoons' een keer op straat liep, dat 'zij hem vermoord hebben', en dat hij zichzelf en hun op de televisie had gezien.
Het hof begrijpt dat de verdachte hier doelt op de uitzending van het televisieprogramma Opsporing Verzocht. [betrokkene 6] heeft als getuige verklaard dat zij de verdachte herkend heeft van beelden in het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Ook [betrokkene 7] herkent verdachte van de haar tijdens het verhoor getoonde beelden van het televisieprogramma Opsporing Verzocht.
Om 03:19:03 uur maakt het [telefoonnummer 1] belcontact met het [telefoonnummer 2]. Beide nummers bevinden zich op dat moment binnen het bereik van masten in de omgeving van dekplaats delict. Zeer waarschijnlijk betreft dit gesprek het gesprek dat om 03:18:42 uur op de camerabeelden is waargenomen. [betrokkene 7] heeft verklaard dat het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 2] van de verdachte is.
Naast de portiekdeur die toegang geeft tot de centrale hal van het appartementencomplex is een ruit vernield. Een bewoner van hetzelfde appartementencomplex, woonachtig naast de plaats delict, belt rond 02.47 uur met de meldkamer omdat hij vier jongens verdacht ziet rondlopen. Er lopen drie jongens op de galerij en beneden was er een vierde persoon bij. De meldkamer maakt een melding en er gaat iemand kijken. Om 03.44 uur volgt de volgende melding: er wordt ingebroken met veel geweld en er is een hoop gegil. Getuigen zien rond 03.46 uur vier 'jonge jongens tussen de 18 en 26 jaar' wegrennen, hetgeen bevestigd wordt door camerabeelden.
Naar het oordeel van het hof dient de verdachte als medepleger van dit feit te worden aangemerkt. Er is sprake van een groep van vier mannen die vanuit [plaats] vertrokken is naar [plaats] met een gezamenlijk doel. Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de samenwerking tussen de vier verdachten planmatig is geweest en reeds ruim voor het betreden van de woning is ontstaan. Hoewel niet kan worden vastgesteld dat alle vier de mannen in de woning zijn geweest, blijkt uit hetgeen wel kan worden vastgesteld dat de samenwerking tussen de verdachte en de andere drie mannen dermate bewust en nauw is geweest, dat hun rollen inwisselbaar zijn en dat verdachtes aandeel in het verloop van de gebeurtenissen zo groot is geweest dat dit als medeplegen gekwalificeerd kan worden. De medeverdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] , die in tegenstelling tot de verdachte legaal in Nederland verblijven, hebben ieder een auto gehuurd voor de periode van 12 tot en met 13 juli 2016 bij hetzelfde verhuurbedrijf. De door [betrokkene 2] en [betrokkene 1] gehuurde auto's rijden achter elkaar van [plaats] naar [plaats] en weer terug na de gezamenlijke vlucht uit de woning. De vier mannen lopen, in [plaats] soms gezamenlijk, soms in tweetallen, urenlang rondom de [a-straat] . Men lijkt belangstelling te hebben voor een specifiek appartement. Het urenlang rondlopen had een doel, er was kennelijk een afspraak gemaakt. Een bewoner van het appartementencomplex ziet om 02.47 uur drie mannen op de galerij lopen en een vierde man bij de ingang naar de centrale hal. Kennelijk is het dan nog te vroeg. De mannen vertrekken op dat moment, kennelijk om die reden, uit het appartementencomplex om een half uur later terug te komen. Na de gebeurtenissen om 03.44 uur rennen de vier mannen gezamenlijk vanuit de portiek weg in de richting van de geparkeerde auto's. De beide gehuurde auto's rijden achter elkaar terug naar [plaats]. Er doet zich derhalve niet de situatie voor dat de verdachte enkel in de nabijheid van de plaats delict heeft verbleven, zonder het verrichten van uitvoeringshandelingen.
Het hof verwerpt het verweer dat de verdachte niet wist dat er mensen in het betrokken appartement aanwezig waren. Om 02.47 uur bevinden zich drie mannen op de galerij en één man bij de voordeur. Vast staat dat rond dat tijdstip nog bewoners wakker waren in het appartement. Ook de buren zijn nog wakker en televisie aan het kijken. De mannen vertrekken op dat moment, kennelijk om die reden, om later terug te komen.
Meteen bij binnenkomst roepen de indringers: "Geld, geld". Het hof leidt hieruit af dat het de indringers om geld te doen was. De indringers zijn in het diepst van de nacht een klein appartement binnengedrongen terwijl ze wisten dat daar toen bewoners aanwezig waren. Niet is gebleken dat zij wisten waar dat geld gevonden kon worden of dat zij ervan uit gingen dat dit geld vrijwillig afgegeven zou worden. Dit betekent dat zij op andere wijze in het bezit van dat geld moesten zien te geraken. Het hof leidt hieruit af dat de daders bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat geweld of dreiging met geweld gebruikt zou worden om het bezit van geld en/of goederen te verzekeren.”
Het verweer van de verdediging
7. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 30 september 2022 heeft de raadsman het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota. In aanvulling daarop heeft de raadsman ter terechtzitting nog het een en ander aangevoerd. Hieronder geef ik de inhoud van de pleitnota weer, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, en vermeld ik inspringend bij het betreffende punt hetgeen de raadsman heeft aangevuld.
8. De pleitnota en de aanvullingen houden (hier met weglating van de voetnoten) in:
“1. De behandeling van onderhavige zaak in hoger beroep heeft de feitelijke toedracht van de dood van [slachtoffer 4] niet verduidelijkt. Nog steeds is onduidelijk wie de galerij van de flat op zijn gegaan, wie het appartement zijn binnengegaan en nog steeds is onduidelijk wie er geschoten heeft.
2. Zonder duidelijkheid op voorgaande cruciale punten kan er niet zondermeer een veroordeling voor cliënt volgen. Ik zal het, uiteraard, nader toelichten, maar mijn verzoek vandaag zal zijn om cliënt vrij te spreken.
Hoeveelheid personen in de woning
3. Allereerst is het van belang of vastgesteld kan worden hoeveel personen in de woning zijn geweest. De personen die in woning verbleven hebben hier verschillende verklaringen over afgelegd.
• [slachtoffer 1] heeft twee voor hem onbekende personen gezien.
• [slachtoffer 3] heeft maar één persoon gezien, die had een wapen in zijn hand. Dit was een jonge man.
• [slachtoffer 2] vermoedt dat er 3 of 4 personen binnen waren.
• [slachtoffer 5] heeft twee personen in de woning gezien.
4. De rechtbank heeft bij vonnis geconcludeerd dat niet kan worden vastgesteld hoeveel mensen er in de woning zijn geweest, maar trok de conclusie dat
“een aantal van de vier verdachten in de woning is geweest”. In hoger beroep is hier niet meer duidelijkheid over gekomen, waardoor de conclusie nog steeds is dat onbekend is gebleven hoeveel daders er in de woning zijn geweest.
Welke personen in de woning
5. Naast het feit dat onbekend is gebleven hoeveel personen er in de woning zijn geweest is ook onbekend gebleven wie dit dan geweest zouden kunnen zijn. Er is forensisch onderzoek naar gedaan, dit leidde tot de volgende conclusie:
“Forensisch kon niet worden vastgesteld dat bovengenoemde verdachten of andere willekeurige peronen bij het schietincident en/of het uitoefenen van het, overige geweld in de woning [a-straat 1] betrokken zijn geweest”.
T.a.v. het citaat onder punt 5:
Dat is vreemd gelet op de geweldsexplosie die zich in de woning heeft voorgedaan.
6. Hierbij is nadrukkelijk aandacht geweest voor de auto’s waarmee cliënt en zijn medeverdachten zich zouden hebben verplaatst, hier meldt het forensisch dossier het volgende over:
“In de personenauto’s waarmee deze verdachten van [plaats] naar [plaats] en vice versa zouden zijn gereden werden geen sporen aangetroffen die een directe of indirecte relatie hebben met het schietincident en/of het overige uitgevoerde geweld”.
7. De onder punt 3 van deze pleitnota genoemde aanwezigen in de woning zijn geconfronteerd met foto’s van de verdachten. Geen van de personen herkent ook maar één van de verdachten.
T.a.v. punt 7:
Ik meen dan één van de personen niet meer getraceerd kon worden en die is dan ook niet met de foto's geconfronteerd.
8. De rechtbank heeft de conclusie dat cliënt en de medeverdachten betrokken waren bij het feit mede gestoeld op het feit dat
“er geen andere groep van vier mannen in de nacht van 13 juli 2016 is waargenomen in de omgeving van de [a-straat] ”, ik kan deze redenering niet volgen. Uit het dossier volgt niet dat er 4 betrokkenen waren bij het incident in de woning.
T.a.v. punt 8:
Ik vraag aandacht voor de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 3] . Of die verklaringen worden geloofwaardig geacht en dan heeft cliënt er ook niets mee te maken, of er wordt geen waarde aan de verklaringen gehecht.
9. Uit het dossier volgt niet hoeveel personen in de woning zijn geweest en ook niet dat de personen die de woning zijn binnengedrongen uit het groepje van cliënt en zijn medeverdachten kwamen. Het bewijs hiervoor ontbreekt simpelweg. Het enkele feit dat het vreemd is dat 4 jongens uit [plaats] in [plaats] zijn en daar geen uitleg voor willen geven is onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van een poging diefstal met geweld.
10. Als uw gerechtshof dit standpunt volgt dan zou dit moeten leiden tot vrijspraak van cliënt.
Rol cliënt
11. Als u meent dat wel voldoende is komen vast te staan dat de indringer(s) uit het groepje komen waar cliënt mee zou zijn opgetrokken dan betekent dit niet automatisch dat cliënt veroordeeld kan worden.
12. In eerste aanleg heeft het openbaar ministerie betoogt dat cliënt in de woning te plaatsen is. Dit zou komen door het tapgesprek waarin cliënt spreekt over dat hij met die boerenzonen was en dat zij, die boerenzonen, iemand hebben vermoord. Uit het dossier blijkt niet dat dit tapgesprek gaat over het incident in [wijk], maar als u hier wel van uitgaat dan plaatst dit hem wat mij niet in de woning. Stérker nog, het feit dat hij spreekt over meerdere personen die hem zouden hebben vermoord, maakt dat hij blijkbaar niet weet wie het schot heeft gelost. Dit plaatst hem eerder buiten de woning dan in de woning.
T.a.v. punt 12:
Ter zitting vandaag heeft het Openbaar Ministerie niet opnieuw betoogd dat cliënt in de woning te plaatsen is.
13. Zoals eerder al naar voren gebracht zijn er geen forensische bewijzen die de aanwezigheid van cliënt in de woning ondersteunen en hebben de aanwezigen in de woning hem niet herkend.
14. Overeenkomstig met het vonnis van de rechtbank meen ik dat niet kan worden vastgesteld dat cliënt in de woning is geweest. De vraag is vervolgens of er een andere rol is die cliënt zou hebben vervuld waardoor je van medeplegen kan spreken.
15. Er staat vast dat cliënt niet degene is geweest die de betrokken auto’s heeft gehuurd. Andere details over de eventuele voorbereiding blijken niet uit het dossier. Er zijn geen gesprekken gevonden van voor de pleegdatum waaruit een voorbereiding zou blijken, laat staan de betrokkenheid van cliënt erbij. Ook uit afgeluisterde gesprekken achteraf blijkt niet van een voorbereiding waarbij cliënt een (grote) rol zou hebben gespeeld. In het dossier wordt de suggestie gewekt dat de daders tips zouden hebben gekregen over de aanwezigheid van geld en drugs in het appartement, echter dit is nooit vast komen te staan. Al helemaal niet is vast komen te staan wie die tips zou hebben gegeven en aan wie die tips zijn gegeven.
16. Afgaand op de inhoud van het dossier kan slechts worden vastgesteld dat cliënt onderdeel was van een groep personen die van [plaats] naar [plaats] en weer terug is gegaan. Die groep is een periode in de buurt van het betrokken adres geweest. Meer is er simpelweg niet bekend.
Medeplegen
17. Mijn conclusie straks zal u wellicht niet verbazen, maar ik wens toch even stil te staan bij het juridisch kader van medeplegen.
18. Zoals bij u bekend is het voor een veroordeling voor medeplegen noodzakelijk dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking waarbij de verdachte een intellectuele en/of materiele bijdrage van voldoende gewicht heeft gehad.
19. Een gezamenlijk uitvoering is niet perse noodzakelijk, de Hoge Raad heeft hier het volgende over overwogen:
“De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Ook is niet uitgesloten dat de bijdrage in hoofdzaak vóór het strafbare feit is geleverd. (Vgl. bijvoorbeeld HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9972, NJ 2012/452). Zeker in dergelijke, in zekere zin afwijkende of bijzondere, situaties dient in de bewijsvoering aandacht te worden besteed aan de vraag ofwel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Dat geldt in nog sterkere mate indien het hoofdzakelijk gaat om gedragingen die na het strafbare feit zijn verricht. (Vgl. HR 9 april 2013, ECLl:NL:HR:2013:BZ6505, NJ 2013/229).Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke uitzonderlijke gevallen wel moeten worden gecompenseerd bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.”
20. Uit het dossier blijkt niet dat cliënt in de woning is geweest, noch dat hij een andere actieve rol had ten tijde van het delict. Het ontbreekt dan ook van enige vastgestelde rol in de uitvoering van het delict. Ook ten aanzien van de voorbereiding is niet vast komen te staan dat cliënt hier een grote rol in heeft gehad.
21. Dat de enkele aanwezigheid van cliënt in de buurt van het plaats delict onvoldoende is om te komen tot medeplegen blijkt onder meer uit een arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2022. In die zaak casseerde de Hoge Raad een arrest van uw gerechtshof. In die zaak werden er drie verdachten vervolgd. Twee verdachten, zo concludeerde het gerechtshof, hadden de beroving in die zaak daadwerkelijk gepleegd. Echter de verdachte die met de verdachten mee naar Gouda was gereden en tijde van het delict in de buurt van het plaats delict rondjes had gereden werd ook een rol als medepleger toegedicht. Het gerechtshof deed dit onder meer met de volgende overweging:
“Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte niet een van de twee overvallers was. Het hof ziet echter in de niet met de bewijsmiddelen overeenstemmende verklaringen van de verdachte aanleiding om aan te nemen dat zijn rol groter was dan die van een medeplichtige. Nu de verdachte geen duidelijkheid heeft verschaft over zijn rol gaat het hof uit van medeplegen in de vorm van een samenwerkingsverband met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] dat was gericht op het overvallen van de aangever.”
22. De Hoge Raad casseerde met de volgende overweging:
“Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte, na telefonisch contact te hebben gehad met [betrokkene 1] met de medeverdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in twee auto ’s gezamenlijk naar Gouda is gereden, dat de verdachte daar in de nabijheid van de Klimopstraat in een auto heeft rondgereden terwijl [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de Klimopstraat de aangever van zijn telefoon en autosleutel beroofden, en dat de verdachte vervolgens als bestuurder van deze auto heeft opgetreden toen daarmee [betrokkene 1] en [betrokkene 2] met de gestolen goederen weer zijn weggereden. Het hof heeft verder vastgesteld dat de verdachte niet een van de twee overvallers was. In aanmerking genomen dat de vastgestelde gedragingen van de verdachte doorgaans met medeplichtigheid in verband worden gebracht, behoefde het oordeel van het hof dat de verdachte medepleger van de overval is geweest nadere motivering. De in dat verband door het hof genoemde omstandigheden dat de verklaringen van de verdachte niet overeenstemmen met de bewijsmiddelen en dat de verdachte geen duidelijkheid heeft verschaft over zijn rol, zijn daartoe in dit geval onvoldoende.”
23. De gelijkenissen met de zaak van cliënt zijn treffend. Net als in de zaak van cliënt kan er worden vastgesteld dat de verdachte zich naar het plaats delict en terug heeft bewogen. Er kan echter niet worden vastgesteld dat de verdachte de beroving daadwerkelijk heeft uitgevoerd of een andere bijdrage heeft gehad die de kwalificatie medeplegen rechtvaardigt.
24. Ook een zaak waarin de rechtbank Oost-Brabant eerder dit jaar uitspraak deed is vergelijkbaar. In die zaak zou er sprake zijn geweest van een rip-deal, het volgende werd overwogen:
“De rechtbank heeft sterke aanwijzingen dat verdachte samen met de medeverdachten op, althans dicht in de buurt van, de woning van aangever is geweest, op of omstreeks het tijdstip van de ten laste gelegde rip-deal. De telefoons van verdachten zijn aangestraald op de route van Rotterdam naar Eindhoven toe en in de buurt van woning aan de [locatie] te Eindhoven. Verdachten zijn te linken aan de auto ’s die zijn waargenomen rondom het plaats delict op of omstreeks het tijdstip dat de rip-deal moet hebben plaatsgevonden.”
Ondanks voorgaande feiten kwam de rechtbank niet tot een veroordeling, met de volgende redenering:
“Hoewel het dossier sterke aanwijzingen bevat die duiden op de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde diefstal, kan de rechtbank noch vaststellen of verdachte één van de mannen is geweest die in de woning aanwezig was ten tijde van het schieten, noch of verdachte spullen in- en uit de woning heeft geladen. Het dossier biedt te veel ruimte voor twijfel omtrent het antwoord op de vraag wat de rol van verdachte is geweest en of hij, en zo ja welke, uitvoeringshandelingen heeft verricht om van medeplegen te kunnen spreken.”
25. Net als in het arrest van de Hoge Raad is de enkele aanwezigheid van de verdachte in de buurt van het plaats delict, zonder dat er uitvoeringshandelingen kunnen worden vastgesteld, onvoldoende om tot medeplegen te komen.
Conclusie
26. Cliënt kan niet in het appartement worden geplaatst. Hij kan niet op de galerij van de flat worden geplaatst. Enkel kan gezegd worden dat hij tezamen met anderen van [plaats] naar [plaats] en weer terug is gereisd. Dit geeft geen blijk van een nauwe en bewuste samenwerking. Er kan geen enkele bijdrage van cliënt aan de diefstal met geweld worden vastgesteld, laat staan dat kan worden vastgesteld dat deze bijdrage van voldoende gewicht was om te kunnen spreken van medeplegen. Ik verzoek u dan ook om cliënt vrij te spreken nu niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking waarbij cliënt een bijdrage van voldoende gewicht heeft gehad.
Ontbreken dubbel opzet
27. Indien uw gerechtshof tot de conclusie komt dat cliënt wel opzet had op een samenwerking die als medeplegen valt te kwalificeren dan nog ontbreekt de opzet op het gronddelict, de diefstal met geweld.
28. Uit het dossier valt niet te halen dat er een diefstal met geweld was gepland. Gezien het tijdstip zou het, bijvoorbeeld, net zo goed om een ‘’gewone” inbraak kunnen gaan. Uit het dossier volgt niet dat cliënt wist dat er mensen in het betrokken appartement aanwezig waren, verder volgt niet uit het dossier dat cliënt wist dat iemand een wapen bij zich had, laat staan dat dit gebruikt zou gaan worden.
29. Ondersteuning voor deze stelling kan worden gevonden in een gesprek tussen cliënt en zijn broer dat is afgeluisterd. Dit gesprek waarin cliënt het heeft over een paar boerenzoons die iemand hebben vermoord heeft de rechtbank als belastend bewijsmiddel gebruikt. Wat mij betreft staat niet vast dat dit gesprek over onderhavige diefstal met geweld gaat, maar als u dit wel aanneemt werkt dit gesprek ontlastend voor cliënt. Hij heeft het namelijk over een paar boerenzoons die iemand hebben vermoord, dit rijmt niet met het scenario dat cliënt van tevoren op de hoogte zou zijn geweest van een diefstal met geweld.
T.a.v. punt 29:
In onderhavige zaak is geen sprake van een Murray-situatie. Het bewijs is daarvoor niet rond genoeg.
30. Dus zelfs als opzet op de samenwerking wordt aangenomen dan ontbreekt opzet op de diefstal met geweld en zou vrijspraak moeten volgen.
T.a.v. punt 30:
Over een bijdrage en rol van cliënt kan niets worden vastgesteld.”
Het juridisch kader [1]
9. Volgens bestendige rechtspraak van de Hoge Raad vereist de kwalificatie medeplegen dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met één of meer anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval.
10. De kwalificatie medeplegen is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Het gaat er om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict.
11. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of na het strafbare feit. Het is (dus) niet noodzakelijk dat de medepleger zelf de gehele delictsomschrijving vervult. De verdachte kan ook in strafrechtelijke zin aansprakelijk worden gehouden voor uitvoeringshandelingen die (uitsluitend) door de medeverdachten zijn verricht. De omstandigheid dat de verdachte zelf geen uitvoeringshandeling(en) heeft verricht, behoeft aan het bewijs van medeplegen niet in de weg te staan.
12. Voorts is voor medeplegen een tweeledig opzet vereist. Het opzet van de verdachte moet niet alleen zijn gericht op de samenwerking, maar ook op het feit dat wordt medegepleegd, dat wil zeggen op het gronddelict. Voldoende is dat sprake is van voorwaardelijk opzet. [2] Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden, waarbij onder 'de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans' dient te worden verstaan de in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid. [3] In de praktijk kan de situatie zich voordoen dat het opzet van de verdachte niet geheel overeenkomt met dat van de medeverdachte(n) en dat het door de verdachte beoogde feit uitmondt in een ander feit dan de verdachte voor ogen stond. De vraag dringt zich dan op of het opzet van de verdachte op het beoogde feit ook het uiteindelijk gepleegde feit omvat. Vaak zal het voorwaardelijk opzet dit soort gevallen ondervangen. Juist ook omdat de medepleger niet als pleger de feitelijke gang van zaken in de hand heeft, zal een wat andere invulling en afloop van het gronddelict dikwijls ingebakken zitten in de rol en het opzet van de medepleger. Dat is echter anders wanneer het opzet wezenlijk uiteenloopt en de pleger substantieel verder gaat dan waarop het opzet van de medepleger is gericht. [4]
De bespreking van de middelen
13. Op grond van de bewijsmiddelen heeft het hof onder meer de volgende feiten en omstandigheden vastgesteld. Op 13 juli 2016 rond 03:44 uur dringen ten minste drie mannen binnen in de woning gelegen op de derde verdieping van het appartementencomplex aan de [a-straat] te [plaats] , waar op dat moment vijf bewoners aanwezig zijn. Een vierde manspersoon blijft achter op de galerij van het appartementencomplex. De indringers roepen “geld, geld” en gaan een gewelddadige confrontatie aan met de personen die in het appartement aanwezig zijn. Op enig moment gedurende de confrontatie vuurt een van de daders met een vuurwapen een kogel op [slachtoffer 4] af, aan de verwondingen waarvan deze komt te overlijden.
13. Drie uur voorafgaand aan de confrontatie, omstreeks 00:49 uur, worden de vier mannen voor het eerst op camerabeelden gesignaleerd bij de [a-straat] in de buurt van het appartement. Blijkens die beelden lopen de mannen, soms in groepjes van twee, soms met zijn vieren, een aantal uren rondom het complex, terwijl zij bijzondere belangstelling tonen voor het appartement waar alles uiteindelijk plaatsvindt. Uit een melding van een bewoner van het appartementencomplex om 02:47 uur blijkt dat op dat tijdstip vier jongens verdacht rondlopen in het complex. Het hof stelt vast dat dit de verdachten zijn en dat zij kennelijk vertrekken, omdat er nog mensen in het appartementencomplex wakker waren, om rond 03:44 uur terug te keren. Op camerabeelden is te zien dat de vier mannen na de gebeurtenis in de woning rennend terugkeren naar een parkeervoorziening 350 meter van het appartementencomplex vandaan, alwaar twee auto’s staan geparkeerd. Met deze auto’s, die in de periode van 12-13 juli 2016 zijn gehuurd door medeverdachte [betrokkene 2] en medeverdachte [betrokkene 1] , is volgens de vaststellingen van het hof gezamenlijk van [plaats] naar de parkeervoorziening nabij de [a-straat] in [plaats] en weer terug naar [plaats] gereden.
13. Het hof heeft in de bewijsvoering gemotiveerd waarom naar zijn oordeel het medeplegen (ook) ten laste van de verdachte kan worden bewezen. Met het hof meen ik dat uit de gebezigde bewijsmiddelen ook ten aanzien van de verdachte kan worden afgeleid dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking. Daartoe acht ik van belang dat uit ’s hofs bewijsvoering blijkt dat:
- de verdachte deel heeft uitgemaakt van een groep van vier mannen die op 13 juli 2016 gezamenlijk vanuit [plaats] naar de plaats delict in [plaats] is gereden in door hen gehuurde auto’s;
- de verdachte door twee getuigen is herkend van beelden van het programma Opsporing verzocht en er om 03:19:03 in de omgeving van de plaats delict telefonisch contact is geweest tussen twee telefoonnummers, waarvan er een van de verdachte was;
- ook de verdachte (derhalve) actief aanwezig was bij de uitvoerige en urenlange voorverkenning van de woning vanaf 00:49 uur;
- de verdachte en de medeverdachten zich om 02:47 uur al in het appartementencomplex bevonden en van daaruit weer vertrokken om gevieren later terug te keren;
- de verdachte aanwezig was tijdens het binnendringen van de woning ongeveer een uur later;
- de vier verdachten na de gebeurtenis in de woning gezamenlijk vanuit het portiek wegrenden in de richting van de nabij geparkeerde auto’s om vervolgens met deze auto’s terug te rijden naar [plaats];
- de verdachte op 22 september 2016 een gesprek had met een zekere [betrokkene 5] , waarin de verdachte aangaf problemen te hebben omdat “hij met een paar ‘hoerenzoons’ een keer op straat liep en dat ‘zij hem vermoord hebben’, en dat hij zichzelf en hun op de televisie had gezien”.
16. Het oordeel van het hof dat onder meer deze door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden in hun onderling verband en samenhang het beeld schetsen van een planmatige samenwerking met inwisselbare rollen en daarmee tevens voldoende zijn om te kunnen spreken van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking door de verdachte, is naar het mij voorkomt in het licht van de hierboven aangehaalde rechtspraak, en gelet op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep ter zake door de verdediging is aangevoerd, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ik neem daarbij in aanmerking dat (als gezegd) voor een bewezenverklaring van medeplegen niet is vereist dat de verdachte zelf uitvoeringshandelingen heeft verricht en dat door de verdachte in deze zaak geen aannemelijke verklaring is gegeven die de voor het bewijs van het tenlastegelegde redengevende omstandigheden zou kunnen ontzenuwen.
16. Voor een veroordeling wegens het in art. 312 Sr Pro vereiste opzet op geweldshandelingen van de medepleger dient de verdachte op zijn minst bewust de reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid te hebben aanvaard dat er geweldshandelingen zouden plaatsvinden. Daarbij speelt in de context van art. 312 Sr Pro tevens de kans op betrapping op heterdaad een rol, evenals de kans dat, bij een betrapping, geweld zal (moeten) worden toegepast om de vlucht mogelijk te maken. [5] In de onderhavige zaak heeft het hof ten aanzien van dat bedoelde opzet overwogen dat “de daders bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat geweld of dreiging met geweld gebruikt zou worden om het bezit van geld of goederen te verzekeren” en daartoe redengevend geacht dat ofschoon de verdachten wisten dat er mensen in het kleine appartement aanwezig waren zij toch in het diepst van de nacht binnendrongen en voorts “het de indringers om geld te doen was” terwijl “niet is gebleken dat zij wisten waar dat geld gevonden kon worden of dat zij ervan uit gingen dat dit geld vrijwillig afgegeven zou worden”. Naar het oordeel van het hof betekent dit dat de verdachten “op andere wijze in het bezit van dat geld moesten zien te geraken”. Ik begrijp, mede gezien de bewezenverklaring in de onderhavige zaak, het hof aldus dat het met “op andere wijze” heeft bedoeld: door middel van geweld en/of bedreiging met geweld. Dat oordeel acht ik, gelet op hetgeen in randnummer 12 is vooropgesteld en hetgeen door de verdediging daarover naar voren is gebracht, niet onbegrijpelijk en, hoewel aan de enigszins magere kant, toereikend gemotiveerd, ook wat betreft het toepassen van geweld. Voor zover de klacht zich tevens uitstrekt over de bewezenverklaring van het afvuren van een kogel op [slachtoffer 4] aan de gevolgen waarvan [slachtoffer 4] is overleden, ziet de steller van het middel kennelijk over het hoofd dat ‘de dood ten gevolg hebbend’ als bedoeld in art. 312, derde lid, Sv is geobjectiveerd en dit gevolg aldus aan het opzetverband is onttrokken; het opzet op zo’n geobjectiveerd bestanddeel of gevolg hoeft niet te worden bewezen. [6] Onder de bedreiging met geweld kan, meen ik, onder de concrete omstandigheden van het onderhavige geval zonder bezwaar ook het bedreigen met een vuurwapen en daarbij roepen “geld, geld” worden begrepen (zoals tenlastegelegd).
Slotsom
18. Beide middelen falen en kunnen mijns inziens met een aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering worden afgedaan.
18. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
18. Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie voor het ‘beslissingskader medeplegen’: HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474,
2.Zie daarover Noyon/Langemeijer/Remmelink (NLR),
3.HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718,
4.De Hullu,
5.Zie NLR,
6.NLR,