ECLI:NL:PHR:2024:571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens niet-naleving dagvaardingstermijn in hoger beroep
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van bezwaren tegen het vonnis. Het cassatieberoep richt zich op het niet in acht nemen van de in artikel 413 lid 1 Sv Pro voorgeschreven dagvaardingstermijn.
De Hoge Raad constateert dat de dagvaarding niet persoonlijk aan de verdachte is betekend, maar aan het openbaar ministerie, en dat de termijn tussen betekening en terechtzitting minder dan tien dagen bedroeg. De verdachte was niet aanwezig bij de zitting en had geen toestemming gegeven voor verkorting van de termijn. Hierdoor had het hof het onderzoek moeten schorsen.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep tijdig en rechtsgeldig is ingesteld, mede gelet op de bijzondere volmacht via e-mail aan de griffie. Het middel is gegrond, en de bestreden uitspraak wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens niet-naleving van de dagvaardingstermijn.