Conclusie
Nummer24/01101 U
Inleiding
Het eerste middel
NJ1981/518, heeft geoordeeld dat de stelling dat de termijnoverschrijding van art. 23 lid 1 UW Pro moet leiden tot ontoelaatbaarverklaring van de gevraagde uitlevering, geen steun vindt in tekst, systeem of geschiedenis van de Uitleveringswet en dat uit art. 28 UW Pro eerder volgt “dat voor een ontoelaatbaarverklaring op grond dat de termijn van artikel 23 lid 1 niet Pro in acht is genomen, geen plaats is”. Art. 23 lid 1 UW Pro is kennelijk niet bedoeld ter bescherming van de opgeëiste persoon, maar gericht op een zo spoedig mogelijke afhandeling van uitleveringsverzoeken in het belang van het internationale rechtshulpverkeer. [2] Gelet hierop is een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie bij overschrijding van de in art. 23 lid 1 UW Pro gestelde termijn niet aan de orde. [3]