ECLI:NL:PHR:2024:648
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste belangenafweging bij afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het aanhoudingsverzoek wegens ziekte werd afgewezen op grond van onvoldoende aannemelijkheid en een belangenafweging die onjuist was gemotiveerd.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het middel van cassatie slaagt omdat het hof ten onrechte heeft meegewogen dat er een benadeelde partij bij de zaak betrokken is, terwijl dat in deze zaak niet het geval is. Deze onjuiste belangenafweging leidt tot een onjuiste beslissing over het aanhoudingsverzoek.
De conclusie adviseert daarom vernietiging van het arrest van het hof en terugwijzing van de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Deze zaak hangt samen met een andere zaak waarin een identiek middel en aanhoudingsverzoek zijn behandeld, en de conclusie verwijst voor verdere motivering naar die samenhangende zaak.
De procureur-generaal benadrukt dat de belangenafweging zorgvuldig moet plaatsvinden en dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte bij ziekte in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van het aanhoudingsverzoek.