ECLI:NL:PHR:2024:648

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
14 juni 2024
Zaaknummer
22/04777
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste belangenafweging bij afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het aanhoudingsverzoek wegens ziekte werd afgewezen op grond van onvoldoende aannemelijkheid en een belangenafweging die onjuist was gemotiveerd.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het middel van cassatie slaagt omdat het hof ten onrechte heeft meegewogen dat er een benadeelde partij bij de zaak betrokken is, terwijl dat in deze zaak niet het geval is. Deze onjuiste belangenafweging leidt tot een onjuiste beslissing over het aanhoudingsverzoek.

De conclusie adviseert daarom vernietiging van het arrest van het hof en terugwijzing van de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.

Deze zaak hangt samen met een andere zaak waarin een identiek middel en aanhoudingsverzoek zijn behandeld, en de conclusie verwijst voor verdere motivering naar die samenhangende zaak.

De procureur-generaal benadrukt dat de belangenafweging zorgvuldig moet plaatsvinden en dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte bij ziekte in acht moet worden genomen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling van het aanhoudingsverzoek.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/04777

Zitting25 juni 2024
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

Inleiding

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 15 december 2022 (bij verstek) met toepassing van art. 416 lid 2 Sv Pro niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 maart 2021.
Er bestaat samenhang met de zaak 22/04776. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

4. Het middel klaagt over de afwijzing door het hof van een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.
5. De strafzaak van de verdachte die in cassatie samenhangt met deze zaak, is ter terechtzitting in hoger beroep gelijktijdig (maar niet gevoegd) met de onderhavige zaak behandeld. Het middel dat in deze zaak is voorgesteld, is gelijkluidend aan het middel dat is voorgesteld in de samenhangende zaak. Het heeft bovendien betrekking op een identiek aanhoudingsverzoek en komt op tegen een gelijkluidende (motivering van de) afwijzende beslissing van het hof. In mijn conclusie in de samenhangende strafzaak heb ik uiteengezet waarom het in die zaak ingediende middel slaagt. Daar voeg ik in deze zaak voor de volledigheid nog aan toe dat het hof ten onrechte in de belangenafweging heeft meegewogen dat een benadeelde partij in de zaak is betrokken. [1] Dit komt waarschijnlijk doordat in de voornoemde samenhangende zaak van de verdachte wel een benadeelde partij is betrokken. Voor de uitkomst van het cassatieberoep, dat reeds op de gronden genoemd in mijn conclusie in die samenhangde zaak slaagt, maakt dat echter geen verschil, zodat ik in deze zaak volsta met een verwijzing naar de inhoud van die conclusie.

Slotsom

6. Het middel slaagt.
7. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 december 2022.