ECLI:NL:PHR:2024:67
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt poging zware mishandeling door achteruitrijden met auto op stilstaande voertuigen
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens poging tot zware mishandeling en vernieling, nadat hij op 24 april 2018 met aanzienlijke snelheid achteruitrijdend tegen stilstaande voertuigen was gereden waarin slachtoffers zaten. De benadeelde partij werd toegewezen een schadevergoeding van €529,10.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat sprake was van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het hof concludeerde dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat de slachtoffers zwaar letsel zouden oplopen, mede gelet op de hoge snelheid, het onverhoedse karakter van de aanrijding en de ernst van het letsel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd waarom sprake was van voorwaardelijk opzet, en dat het cassatiemiddel faalde. Daarnaast werd geoordeeld dat het hof terecht geen afzonderlijke motivering gaf voor het niet volgen van het door de verdediging aangevoerde standpunt over strafoplegging, omdat dit niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt kon worden aangemerkt.
Ook de toewijzing van de schadevergoeding aan de benadeelde partij werd door de Hoge Raad bevestigd, omdat de vordering voldoende was onderbouwd met medische verklaringen en jurisprudentie, en het hof de motivering als toereikend werd beoordeeld.
Het cassatieberoep werd daarmee verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf en schadevergoeding blijft in stand.