ECLI:NL:PHR:2024:758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens rechtsgeldige betekening dagvaarding in hoger beroep
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte bij arrest van 7 september 2022 niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep op grond van art. 416, tweede lid, Sv, omdat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend. De verdachte was sinds juli 2021 niet meer ingeschreven op een vast adres en de dagvaarding werd op 29 juni 2022 uitgereikt aan het Openbaar Ministerie en op 6 juli 2022 aan een derde op een bekend adres. De verdediging voerde aan dat betekening op het laatst bekende adres van de verdachte had moeten plaatsvinden, maar het hof oordeelde dat aan de wettelijke eisen was voldaan.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de betekening van de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was en dat het hof niet gehouden was onderzoek te doen naar de betekening in eerste aanleg. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering.
De zaak betreft een procedurele toetsing van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep, waarbij het hof en de Hoge Raad de formele vereisten van art. 36e en 416 Sv hebben toegepast. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot vernietiging en bevestigt daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.