Conclusie
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
verweerders in cassatie,
advocaat: mr. P.A. Fruytier.
1.Inleiding en samenvatting
Memorandum of understanding(MOU) met betrekking tot de verkoop van aandelen. Volgens eiseres tot cassatie is een koopovereenkomst tot stand gekomen. Rechtbank en hof hebben haar vorderingen afgewezen.
2.Feiten en procesverloop
A“Buyers” for euros 8,50 (eight euros and fifty eurocents) for each share “SNOW”.
B“Buyers”. The call option right will give Investor
B“Buyers” during any moment within the period of 3 (three) years counted from the date of payment of the call option premium, the right to purchase 580.000 shares “SNOW” for a fixed price of euros 7,- (seven euros) per 1 (one) share “SNOW” from “Seller”. The call option premium is euros 2.50 (two euros and fifty eurocents) per 1 (one) share “SNOW”.
C“Buyers”. The call option right will give Investor
C“Buyers” during the period of 3 (three) years counted from the date of payment of the call option premium, the right to purchase 540.000 shares “SNOW” for a fixed price of euro 7,- (seven euros) per 1 (one) share “SNOW” from “Seller”. The call option premium is euro 2,50 (two euros and fifty' eurocents) per 1 (one) share “SNOW”.
A, Investor
Band Investor
C. “Buyers” to be disclosed in order to conduct a successful and Complete Due Diligence (DL). (...).
zelfons bevestigen dat de due diligence succesvol was [, dat, AG] uiterlijk die datum ons gegevens worden verstrekt waaruit tot genoegen van ons blijkt dat de kopers over de benodigde financiële middelen beschikken, en dat ons uiterlijk die datum serieus te nemen concept-koopovereenkomsten worden toegezonden.’
planned purchase,
planned acquisition) diende Thema Lee redelijkerwijs te begrijpen dat de verkoper zich daarin nog niet (definitief) tot levering van aandelen en opties op aandelen had verbonden. Wel zijn partijen in de MOU een tijdpad overeengekomen dat zou moeten leiden tot een drietal uiterlijk 20 januari 2017 te sluiten
purchase agreements, onder uitdrukkelijk voorbehoud van goedkeuring van die nog op te stellen overeenkomst door de directies van partijen. Binnen dit tijdpad moest een
due dilligenceonderzoek zijn afgerond en moesten nog de twee investeerders ‘B’ en ‘C’ worden gevonden voor de koop van de twee pakketten opties op aandelen SnowWorld, dat onderdeel was van de in de MOU beschreven geplande transactie. Ook het feit dat de bemiddelingsovereenkomst erop was gericht om ‘voor 20 januari 2017 een onherroepelijke koopovereenkomst’ tot stand te brengen wijst erop dat voor die datum van definitieve (‘onherroepelijke’) gebondenheid nog geen sprake was. [eenmanszaak] heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld of te bewijzen aangeboden die tot een ander oordeel kunnen leiden. (onder 6.7)
purchase agreementsvoor 20 januari 2017 zullen worden gesloten. Vast staat dat op 20 januari 2017 geen
purchase agreementszijn getekend. (onder 6.8)
purchase agreementop 27 februari 2017 'binnen de in de MOU genoemde termijnen was verzonden’, ziet zij eraan voorbij dat de MOU uitging van een drietal op 20 januari 201 7 ondertekende koopovereenkomsten en een daaropvolgende
levering[curs, hof] voor 28 februari 2017. Vast staat verder dat de twee
purchase agreementsover de aandelenopties toen evenmin (met de vereiste goedkeuring door de wederzijdse directies) tijdig tot stand zijn gekomen. (onder 6.9)
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelbestaat uit twee subonderdelen, genummerd als 1A en 1B, waarvan het eerste ziet op het achterwege blijven van een mondelinge behandeling van de zaak en het tweede op het ontbreken van een gelegenheid tot re- en dupliek bij gelegenheid van het schriftelijk pleidooi ten overstaan van het hof.
subonderdeel 1Adoen voorkomen alsof het achterwege blijven van een mondelinge behandeling van de zaak berust op de weigering van het hof om gevolg te geven aan het verzoek van de advocaat in feitelijke aanleg van [eenmanszaak] tot uitstel van de zitting vanwege ziekenhuisbezoek van zijn echtgenote op de geplande zittingsdatum van 30 maart 2023, terwijl vervanging door een collega-advocaat niet mogelijk was. Dat is minder dan een halve waarheid.
geendoorgang plaatsvinden, de zaak gaat op de rol van 25 april 2023 voor schriftelijk pleidooi op de door partijen aangegeven wijze.’
mogelijkachterwege blijven van uitstel voor de zitting. Het bericht leest als een uiterste poging om het hof te overtuigen dat uitstel wél behoorde te worden verleend. Een reactie van het hof op dat bericht heeft [eenmanszaak] echter niet willen afwachten (zomin als op het verzoek van dezelfde dag 12:00 uur om te mogen horen of de beslissing van het hof mede op het tweede uitstelverzoek zag).
nieteen nieuwe feitelijke stelling, grond, verweer of overgelegde productie aanduidt die het hof aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd, zonder dat [eenmanszaak] de gelegenheid heeft gehad om op die stelling of productie te reageren. De strekking van de klacht is anders. Kennelijk is die strekking dat de procedure als zodanig niet voldeed aan de eisen die aan een eerlijk proces in verband met het beginsel van hoor en wederhoor behoren te worden gesteld.
in beginsel, maar zo nodig zou het hof op een nieuwe stelling, grond en verweer hebben kunnen reageren door aan [eenmanszaak] een nadere uitlating toe te staan. Maar, zoals gezegd, de klacht duidt iets dergelijks niet aan.
tweede onderdeelricht zich tegen rechtsoverwegingen 6.15 en 6.16 en betreft het passeren van het bewijsaanbod van eiseres ter onderbouwing van de stelling dat
na7 maart 2017 een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Voor de volledigheid citeer ik ook rechtsoverweging 6.17:
concretefeiten en omstandigheden te stellen waaruit die totstandkoming zou kunnen worden afgeleid.
derde onderdeelricht zich tegen rechtsoverweging 6.19 (hiervoor 2.3 sub r samengevat). Wat het hof daar omtrent de vorderingsgerechtigdheid van [eenmanszaak] heeft overwogen, betreft een overweging ten overvloede. Daarom heeft [eenmanszaak] bij de klachten van het onderdeel geen belang. De bekrachtiging door het hof van het vonnis van de rechtbank wordt zelfstandig gedragen door zijn (vergeefs door de voorgaande onderdelen bestreden) oordeel dat geen koopovereenkomst tot stand is gekomen.
vierde onderdeelbevat enkel een voortbouwklacht en behoeft geen bespreking.