ECLI:NL:PHR:2024:827

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
21 augustus 2024
Zaaknummer
24/00727
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:163 SrAArt. 1:78 SrA
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onrechtmatige combinatie van jeugddetentie en PIJ-maatregel in Caribische strafzaak

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft een verdachte veroordeeld voor meerdere ernstige strafbare feiten, waaronder doodslag, poging tot moord en wapendelicten. Het Hof legde een jeugddetentie van vier jaar op, met aftrek van voorarrest, en daarnaast een PIJ-maatregel (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) van twee jaar.

Namens het openbaar ministerie werd cassatie ingesteld tegen deze sanctieoplegging, omdat het Hof volgens artikel 1:163 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafrecht Aruba (SrA) geen combinatie van jeugddetentie en PIJ-maatregel mag opleggen. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof deze wettelijke verbodsbepaling heeft miskend.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de combinatie van jeugddetentie en PIJ-maatregel betreft en verwijst de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beslissing over de sancties. Het overige beroep wordt verworpen. Er zijn geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de combinatie van jeugddetentie en PIJ-maatregel en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/00727 C
Zitting27 augustus 2024
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte

IInleiding

1. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) heeft de verdachte bij vonnis van 10 juli 2023 veroordeeld wegens:
- in zaak A ‘Last call’ 1. primair “doodslag” en 2 “medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd”;
- in zaak B ‘Brasil’ 1. “Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en afpersing door twee of meer verenigde personen”; en
- zaak B ‘Marduga’ 2. “medeplegen van poging tot moord, meermalen gepleegd” en 3. “medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd”.
Wegens deze feiten heeft het Hof een jeugddetentie opgelegd voor de duur van vier jaren, met aftrek van het voorarrest, en de plaatsing van de verdachte gelast in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen als bedoeld in art. 1:78 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba (verder: SrA) opgelegd, een en ander zoals nader in het vonnis bepaald.
2. Namens het openbaar ministerie heeft B.S. van Unnik, advocaat-generaal bij het openbaar ministerie Aruba, één middel van cassatie voorgesteld.

IIHet cassatiemiddel

3. Het middel houdt bezien in samenhang met de toelichting daarop in, dat het Hof een combinatie van sancties heeft opgelegd die wettelijk niet mogelijk is door in strijd met art. 1:163 lid 4 SrA Pro een PIJ-maatregel naast de straf van jeugddetentie op te leggen.
4. Uit de strafmotivering volgt dat het Hof het sanctierecht voor minderjarigen van toepassing heeft verklaard op een verdachte die ten tijde van het plegen van de feiten zeventien jaar oud was. Ik citeer uit de strafmotivering: “De conclusie van het vorengaande is dat het Hof geen grond ziet om in afwijking van de hoofdregel in dit geval het jeugdstrafrecht buiten toepassing te laten.”
5. De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, laten volgens het Hof geen andere straf toe dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf. Dat brengt het Hof tot het opleggen van de straf van jeugddetentie voor de maximaal toegestane duur van vier jaren. Gelet op de ernstige persoonlijkheidsproblematiek, het recidiverisico en de noodzaak van een langdurige behandeling, acht het Hof daarnaast een behandeling in een gesloten setting noodzakelijk. Om die reden heeft het Hof (ook) de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van twee jaren gelast welke aansluitend aan de jeugddetentie dient aan te vangen.
6. Artikel 1:163 SrA Pro houdt het volgende in:
“1. In plaats van de op een feit gestelde straffen worden de straffen en maatregelen opgelegd, in deze titel voorzien.
2. Een hoofdstraf kan zowel afzonderlijk als tezamen met andere hoofdstraffen en met bijkomende straffen worden opgelegd.
3. Een maatregel kan zowel afzonderlijk als tezamen met hoofdstraffen, met bijkomende straffen en met andere maatregelen worden opgelegd.
4. In afwijking van het derde lid kan de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen noch met jeugddetentie noch met een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige worden gecombineerd.”
7. Het middel is gegrond. Het Hof heeft immers in zijn vonnis de verbodsbepaling als bedoeld in het vierde lid van art. 1:163 SrA Pro miskend.

IIISlotsom

8. Het middel slaagt.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de sanctieoplegging aangaande de combinatie van jeugddetentie en PIJ-maatregel, in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG