ECLI:NL:HR:2024:1414

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
9 oktober 2024
Zaaknummer
24/00727
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:163 SrAArt. 2:259 SrAArt. 3.1 VuurwapenverordeningArt. 2:291.1 SrAArt. 2:291.2 SrA
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt combinatie jeugddetentie en plaatsing inrichting jeugdigen in Caribische zaak

In deze zaak stond de verdachte terecht voor diverse ernstige delicten waaronder doodslag, medeplegen van vuurwapenbezit, diefstal met geweld, afpersing en poging tot moord. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba veroordeelde de verdachte tot vier jaren jeugddetentie gecombineerd met een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen de strafoplegging. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het vonnis uitsluitend wat betreft de combinatie van jeugddetentie en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, omdat deze combinatie volgens artikel 1:163 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba (SrA) niet is toegestaan.

De Hoge Raad bevestigde dat deze combinatie in strijd is met de wettelijke regeling in het Caribische deel van het Koninkrijk, die afwijkt van de regelingen in Nederland en andere delen van het Koninkrijk. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing omtrent de strafoplegging.

Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 22 oktober 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor wat betreft de combinatie van jeugddetentie en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen en wijst de zaak terug.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00727 C
Datum22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 10 juli 2023, nummer H 159/2022, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de sanctieoplegging aangaande de combinatie van jeugddetentie en PIJ-maatregel, in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de door het hof opgelegde jeugddetentie in combinatie met de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in strijd is met artikel 1:163 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba (hierna: SrA).
2.2
Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot onder meer vier jaren jeugddetentie en de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen gelast.
2.3.1
Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. Artikel 1:163 leden Pro 3 en 4 SrA luidt:
“3. Een maatregel kan zowel afzonderlijk als tezamen met hoofdstraffen, met bijkomende straffen en met andere maatregelen worden opgelegd.
4. In afwijking van het derde lid kan de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen noch met jeugddetentie noch met een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige worden gecombineerd.”
2.3.2
De geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1:163 SrA Pro houdt in:
“Verder wordt (...) bepaald dat een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet kan worden gecombineerd met jeugddetentie: indien het nodig is het kind te plaatsen in een jeugdinrichting is jeugddetentie ongepast en per definitie niet in het belang van het kind. De regering heeft ervoor gekozen om deze combinaties uit te sluiten, aangezien deze combinaties elkaar overlappen en de jeugdige met een uiterst ongewenst pakket van maatregelen en van hoofdstraf geconfronteerd zou worden.”
(Staten van Aruba 2009/10, 683, nr. 3, p. 104.)
2.4
De strafoplegging is in strijd met artikel 1:163 lid 4 SrA Pro omdat op grond van die bepaling – overeenkomstig het Wetboek van Strafrecht van Curaçao en het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, maar in afwijking van de wettelijke regelingen in de overige delen van het Koninkrijk – de combinatie van jeugddetentie met de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet is toegestaan.
2.5
Het cassatiemiddel slaagt.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 oktober 2024.