De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens medeplegen van witwassen. Daarnaast werden twee schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld.
De advocaat van de verdachte voerde twee middelen aan: ten eerste een motiveringsklacht over de bewezenverklaring van medeplegen, stellende dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte handelde of een wezenlijke bijdrage leverde. Ten tweede werd geklaagd over de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, terwijl een taakstraf werd verzocht vanwege persoonlijke omstandigheden.
De procureur-generaal concludeerde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte door het beschikbaar stellen van zijn bankrekening en pinpas een cruciale rol vervulde bij het witwassen van geld afkomstig uit WhatsApp-fraude. Ook de strafmotivering was begrijpelijk en voldoende gemotiveerd, waarbij het hof rekening hield met persoonlijke omstandigheden maar toch een vrijheidsstraf oplegde.
Ambtshalve werd opgemerkt dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar gezien de strafhoogte werd volstaan met deze constatering. Er werden geen andere gronden gevonden om het arrest te vernietigen. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.