Conclusie
(…). Ter terechtzitting is aanwezig mr. J. Klomp, advocaat te Enschede, die verklaart niet uitdrukkelijk door betrokkene te zijn gemachtigd de verdediging te voeren. Verdachte wilde het beroep intrekken, maar had toen de dagvaarding al gehad.
zelfvoor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep door middel van een verklaring of op een anderszins (juiste) wijze de wens kenbaar heeft gemaakt het hoger beroep te willen intrekken. Het is enkel de niet-gemachtigde raadsvrouw die ter terechtzitting en na uitroeping van de zaak te kennen heeft gegeven dat zij van de betrokkene heeft begrepen dat hij het hoger beroep wilde intrekken. De beslissing van het hof om de behandeling voort te zetten getuigt – in het licht van het hiervoor weergegeven beoordelingskader – niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, zodat het middel faalt.
indien de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgeeft, kan het door de verdachte ingestelde hoger beroep zonder onderzoek van de zaak zelf niet-ontvankelijk worden verklaard”.
geenschriftuur houdende grieven heeft ingediend. De opvatting dat het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren op de grond dat de schriftuur
te summieris geformuleerd, vindt m.i. geen steun in het recht. [5]
had moeten” verklaren, de bevoegdheid van de rechter om het hoger beroep conform artikel 416 lid 2 Sv Pro niet-ontvankelijk te verklaren (zoals in het beoordelingskader hierboven reeds weergegeven) een
discretionairebevoegdheid betreft. De beslissing om die bevoegdheid al dan niet toe te passen wordt door de Hoge Raad overigens slechts in beperkte mate getoetst.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
BESLISSING
beoogdte beslissen en uiteindelijk ook in het dictum heeft opgenomen. Zo kan uit het bestreden arrest worden afgeleid dat het hof heeft beoogd het wederrechtelijk verkregen voordeel en de daaraan gekoppelde betalingsverplichting vast te stellen op een bedrag van € 26.110,78. Ik meen dan ook dat het bestreden arrest in zoverre verbeterd kan worden gelezen.
sealbagsin de woning,
bijhet wederrechtelijk verkregen voordeel heeft betrokken terwijl de betrokkene hieruit geen voordeel heeft behaald.
sealbags. Het hof is er kennelijk op onjuiste gronden van uitgegaan dat de 1,99 kg hennep wel heeft geleid tot voordeel. Nu ondubbelzinnig vaststaat dat deze hennep niet is verkocht maar er wel kosten voor zijn gemaakt, kan de betrokkene hieruit geen voordeel hebben behaald, aldus de steller van het middel.
sealbagshet volgende in:
Gemaakte kosten beide kweekruimtes
(1.990 kg / 3,22 kg) x € 2.869 = € 1.773,08Totale netto opbrengst kweekruimte 1 en kweekruimte 2
€ 1.773,08 = € 26.110,78”.
sealbagsdie zijn aangetroffen in een opslagruimte naast de kweekruimten, heeft aangemerkt als hennep(toppen en -bladafval) die de betrokkene niet heeft kunnen verkopen. Het hof heeft de kosten die benodigd waren voor de teelt hiervan (door het hof naar rato becijferd op: € 1.773,08) in mindering gebracht op het voordeelbedrag van (€ 17.674,46 + € 10.236,40 =) € 27.910,86. [6]
minderkosten in aftrek te brengen op het voordeelbedrag. Dat zou ertoe leiden dat de door het hof becijferde kosten van de teelt van de hoeveelheid van 1,99 kg hennep (te weten: € 1.773,08) bij het genoemde bedrag van € 19.811,56 moeten worden opgeteld (uitkomst: € 21.584,64).