Conclusie
Nummer23/02217
Inleiding
Het middel van de verdachte
4.1 Inleiding
“Ik was niet echt geil maar [slachtoffer] wilde wel en zei tegen mij “Ik ga je wel hard pijpen”. Mijne werd maar niet hard. Ze bleef het wel proberen.”
Parket bij de Hoge Raad
Het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde het vonnis van de rechtbank Overijssel waarin verdachte werd veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf wegens verkrachting in vereniging met twee medeverdachten. De zaak betreft een incident op 14 januari 2020 waarbij het slachtoffer seksuele handelingen onderging met verdachte en medeverdachten, waarbij sprake was van gelijktijdige groepsseks.
De verdachte en medeverdachten verklaarden dat de seksuele handelingen vrijwillig waren en op initiatief van het slachtoffer plaatsvonden. Het slachtoffer verklaarde bewusteloos te zijn geraakt tijdens de seksuele handelingen, met een blauw oog en letsel, en herinnerde zich niets van het incident. Diverse getuigen bevestigden de paniek en het letsel van het slachtoffer na het incident. Er was ook een filmpje gemaakt waarop het slachtoffer buiten bewustzijn was en seksuele handelingen onderging.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte en medeverdachten het slachtoffer door geweld en feitelijkheden in een weerloze toestand brachten en seks met haar hadden. De procureur-generaal stelt echter dat uit de verklaringen blijkt dat de seksuele handelingen in de slaapkamer op vrijwillige basis en met instemming van het slachtoffer plaatsvonden, en dat het enkele feit dat het slachtoffer tijdens de handelingen werd geslagen en bewusteloos raakte niet voldoende is om het opzet van verdachte te bewijzen. Daarom is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd en dient het arrest te worden vernietigd en de zaak terug te worden verwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onvoldoende motivering van het opzet bij verkrachting.