Conclusie
Nummer23/02217
Inleiding
Het middel van de benadeelde partij
8.1 De vordering van de benadeelde partij
Beoordeling en beslissing rechter
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij centraal, die schadevergoeding vordert wegens verkrachting gepleegd door twee of meer personen. De benadeelde partij vordert een totaalbedrag van €21.625,- plus wettelijke rente, bestaande uit materiële schadeposten zoals zorgverlof, earpods en een geldbedrag, en immateriële schade.
De rechtbank heeft de vordering deels niet-ontvankelijk verklaard. De schadepost zorgverlof moeder werd onvoldoende onderbouwd, ondanks dat de omvang niet werd betwist, en het toestaan van nadere onderbouwing zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De schadeposten earpods en geldbedrag werden niet als rechtstreekse schade van het bewezen feit gezien en eveneens niet-ontvankelijk verklaard. De immateriële schade werd toegewezen tot €7.500,- hoofdelijk, gelet op de ernst van de inbreuk op de lichamelijke integriteit.
De Hoge Raad bevestigt deze beslissingen en benadrukt dat de bewijsregels voor vorderingen van benadeelde partijen in strafzaken civielrechtelijk zijn, met stelplicht en bewijslast bij de benadeelde partij. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het toestaan van nadere onderbouwing voor zorgverlof een onevenredige belasting van het strafgeding zou zijn. De niet-ontvankelijkheid van de overige materiële schadeposten is eveneens begrijpelijk, omdat deze geen directe schade betreffen.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het middel van de benadeelde partij faalt en dat de motivering van de rechtbank overeenkomstig art. 81 lid 1 RO Pro toereikend is. De immateriële schadevergoeding is passend en het overige deel van de vordering kan bij de civiele rechter worden ingediend.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt deels toegewezen voor immateriële schade en deels niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en onevenredige belasting van het strafgeding.